Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC8086

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
31-03-2008
Zaaknummer
04-6318 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Medische grondslag. Geschiktheid geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/6318 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 7 oktober 2004, 04/1157 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Koot, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 1 februari 2008. Voor appellant is verschenen mr. Koot; het Uwv was niet vertegenwoordigd.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 21 mei 2003 heeft het Uwv appellants uitkering ingevolge de

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 16 juli 2003 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van die datum minder dan 15% bedraagt.

Bij besluit van 24 februari 2004 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 21 mei 2003 ongegrond verklaard.

Het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat uit de onderzoeken van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, die een psychiatrische expertise heeft laten verrichten door E.F. van Ittersum, voldoende gegevens naar voren zijn gekomen om tot een afgewogen oordeel omtrent de voor appellant geldende medische beperkingen te kunnen komen. Aangezien appellant geen medische stukken in het geding heeft gebracht op grond waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan de juistheid van het oordeel van de beide verzekeringsartsen, heeft de rechtbank het inwinnen van een medisch deskundigenadvies, zoals door appellant was verzocht, niet noodzakelijk geacht.

De rechtbank heeft vervolgens overwogen, onder verwijzing naar het rapport van bezwaararbeidsdeskundige J. Noordermeer van 22 september 2004 en het verhandelde ter zitting, waar het Uwv heeft aangegeven dat ook de functies

magazijn-/expeditiemedewerker en betonijzerwerker komen te vervallen, dat appellant per 16 juli 2003 in staat was te achten de functies waarop de schatting rust te vervullen.

Appellant heeft in hoger beroep gewezen op de (verschillen in de) diagnoses die zijn gesteld door de (in 1995) behandelend psychiater A.G.G.E. Lombardo (depressief syndroom met hyperventilatieklachten), de (in 2003) behandelend psycholoog i.o.

J. Vochteloo van Parnassia (paniekstoornis) en de psychiater Van Ittersum (geen sprake van ziekte of gebrek in psychiatrische zin). De rechtbank had in deze tegenstrijdige diagnoses aanleiding moeten zien om een onafhankelijke deskundige te benoemen.

Verder acht appellant zich niet in staat om de functies productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en productiemedewerker textiel (SBC-code 272043) te vervullen, omdat in die functies priegelwerk voorkomt en hij daar vanwege zijn trillende handen niet toe in staat is. Daarnaast heeft appellant aangevoerd dat ten onrechte is nagelaten te beoordelen of hij kan voldoen aan het vereiste dat de productiemedewerker industrie over een goed geheugen voor een print lay-out beschikt. Appellant heeft erop gewezen dat hij, mede als gevolg van slaapproblemen en het medicijn dat hij daarvoor heeft gekregen, geheugen- en concentratiestoornissen heeft.

Ten slotte is gewezen op het - volgens appellant voor hem te hoge - functieniveau van de functie monteur kozijnen (SBC-code 262230).

De Raad overweegt als volgt.

Wat betreft de medische beoordeling is de Raad, evenals de rechtbank, van oordeel dat er, gelet op de stukken, geen grond is voor twijfel aan de juistheid van de door de verzekeringsartsen aangenomen medische beperkingen van appellant.

De bezwaarverzekeringsarts heeft zorgvuldigheidshalve een psychiatrische expertise laten verrichten en heeft - mede - op basis van de bevindingen van psychiater Van Ittersum geoordeeld dat de belastbaarheid van appellant met de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 oktober 2002 niet is overschat. Van de zijde van appellant zijn er geen (nieuwe) medische gegevens overgelegd, laat staan gegevens die twijfel zouden kunnen doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid.

De Raad ziet dan ook geen aanleiding om een deskundige te benoemen.

Uitgaande van de belastbaarheid zoals die is vastgelegd in de FML van

9 oktober 2002 kan appellant naar het oordeel van de Raad op de datum in geding,

16 juli 2003, in staat worden geacht tot het vervullen van de functies ‘monteur kozijnen’ (SBC-code 262230), ‘productiemedewerker’ (SBC-code 111180) en ‘productiemedewerker textiel’ (SBC-code 272043).

Deze functies hebben geen opleidings- of ervaringseisen waar appellant niet aan voldoet. De Raad wijst op de rapportage van de arbeidsdeskundige E. Beemsterboer van

15 mei 2003 waarin het opleidingsniveau van appellant is bepaald op 2 en stelt vast dat voor het uitoefenen van de evengenoemde functies geen hoger niveau noodzakelijk is.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en

J. Brand als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2008.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

TM