Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC8066

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-03-2008
Datum publicatie
28-03-2008
Zaaknummer
05-6934 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Geen sprake van arbeidsongeschiktheid binnen de relevante verzekerde periode.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/6934 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2005, 04/6052 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, waarop appellant heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2008. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx.

II. OVERWEGINGEN

Appellant is tot en met 27 maart 1992 in Nederland werkzaam geweest via uitzendbureau Dactylo. Ter zake van zijn ziekmelding per 6 april 1992 is besloten hem geen ziekengeld toe te kennen omdat hij niet ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid. Appellants beroep tegen dit besluit is door de rechtbank Rotterdam ongegrond verklaard, welke uitspraak door de Raad is bevestigd.

Appellant is op 6 juli 1993 het land uitgezet en woont sedertdien in Marokko. Op 4 maart 2002 heeft hij via de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) bij het Uwv een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingediend. Desgevraagd heeft hij aangegeven sedert 1991 arbeidsongeschikt te zijn.

Nadat rapport was uitgebracht door de verzekeringsarts R.J.A.M. van Eldijk, heeft het Uwv bij besluit van 2 mei 2003 appellant uitkeringen ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) geweigerd onder overweging dat appellants verzekering voor deze wetten op 27 maart 1992 is geëindigd en dat appellant in elk geval niet eerder arbeidsongeschikt is geworden dan op 28 september 1993, toen hij zich bij de CNSS heeft gemeld. Bij het bestreden besluit van 21 oktober 2004 heeft het Uwv zijn besluit van 2 mei 2003 na bezwaar gehandhaafd.

De rechtbank heeft appellants beroep ongegrond verklaard.

De Raad overweegt in de eerste plaats dat het Uwv in zijn besluit van 2 mei 2003 ten onrechte heeft gesteld dat appellants verzekering ingevolge de AAW op 27 maart 1992 is geëindigd. De verzekering voor de AAW was gekoppeld aan het ingezetenschap. Nu appellant eerst op 6 juli 1993 naar Marokko is uitgezet en tot dat moment ingezetene van Nederland was, is zijn verzekering ingevolge de AAW eerst op laatstgenoemde datum geëindigd. Voorts moet wat de WAO betreft mogelijk rekening worden gehouden met de zogeheten nawerking van de verzekering op grond van artikel 17 van die wet.

Het voorgaande neemt niet weg dat appellants hoger beroep niet kan slagen. Uit de gedingstukken komt niet naar voren dat appellant zich eerder dan op 23 juli 1993 in verband met klachten tot een medicus heeft gewend. Op 28 september 1993 meldde hij zich in verband hiermee bij de CNSS. Daargelaten of appellants klachten tot arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW en de WAO leidden, is in elk geval niet gebleken dat deze klachten zich hebben geopenbaard in een periode waarin appellant verzekerd was voor deze wetten. De Raad merkt daarbij nog op dat eventuele onzekerheid hieromtrent voor rekening van appellant dient te blijven, nu hij zich ter zake van zijn mogelijke aanspraken eerst in een zeer laat stadium tot het Uwv heeft gewend.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en H.J. Simon als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2008.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) A.C. Palmboom.

IJ