Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC7689

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-03-2008
Datum publicatie
27-03-2008
Zaaknummer
05-2328 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ingangsdatum WAO-uitkering valt buiten omvang van geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/2328 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 maart 2005, 04/2182 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 21 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G.J. van Brakel, advocaat te Huissen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 16 maart 2004 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ongewijzigd wordt voortgezet, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

Namens appellant is tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 19 augustus 2004 (bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid per 12 maart 2004 vastgesteld op 55 tot 65%.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Nadat namens appellant hoger beroep was ingesteld heeft het Uwv op 22 oktober 2007 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij het bezwaar van appellant alsnog gegrond wordt verklaard en appellant met ingang van 12 maart 2004 alsnog 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt beschouwd.

Mr. M. Demirtas, advocaat te Arnhem, heeft de Raad bericht dat appellant zich niet kan verenigen met de ingangsdatum van 12 maart 2004 aangezien appellant vanaf 2001 arbeidsongeschikt is.

De Raad stelt vast dat tussen partijen geen geschil meer bestaat over de kwestie die appellant in hoger beroep aan de Raad ter beoordeling heeft voorgelegd, namelijk de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 12 maart 2004. De Raad kan geen oordeel geven over een eerdere ingangsdatum van de WAO-uitkering van appellant aangezien deze beoordeling buiten de omvang van het geding valt. Voor een wijziging van de ingangsdatum van zijn WAO-uitkering dient appellant zich te wenden tot het Uwv.

De Raad is van oordeel dat appellant geen procesbelang meer heeft bij een beslissing van de Raad op het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de kosten van appellant, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-.

Met betrekking tot het verzoek om vergoeding van de kosten voor verleende rechtsbijstand in bezwaar is de Raad van oordeel dat dit verzoek ingevolge artikel 7:15, derde lid, van de Awb dient te worden afgewezen aangezien de gemachtigde van appellant eerst in hoger beroep om de vergoeding van deze kosten heeft verzocht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 966,- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 140,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2008.

(get.) J. Janssen.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

MH