Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC7520

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-03-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
07/1943 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Termijnoverschrijding verschuldigde griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/1943 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 20 februari 2007, 05/815 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 21 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 31 juli 2007 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft L. Öz, werkzaam bij Aldoss Juridisch Informatie & Advies Bureau, namens appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 8 februari 2008, waar beide partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 31 juli 2007 berust hierop, dat het verschuldigde griffierecht eerst op 26 juni 2007 is bijgeschreven op de rekening van de Raad en derhalve niet binnen de in de brief van 7 mei 2007 gestelde termijn, welke eindigde op 4 juni 2007, is betaald.

In het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellante aangegeven dat appellante kan bewijzen dat zij het griffierecht wel heeft betaald en daarbij een termijn verzocht om het verzet nader te onderbouwen.

Bij brieven van 12 september 2007 en 15 oktober 2007 heeft de Raad de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld nadere verzetsgronden in te dienen. De gemachtigde van appellante heeft op deze brieven niet gereageerd.

De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen gronden heeft aangevoerd die afbreuk doen aan de uitspraak waartegen appellante in verzet is gekomen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2008.

(get.) J. Janssen.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

TM