Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC7449

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-03-2008
Datum publicatie
25-03-2008
Zaaknummer
06-1034 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening vaststelling dagloon. Ingangsdatum wettelijke rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/1034 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 9 januari 2006, 05/567 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 12 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2008. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door

A.H.G. Boelen, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 29 december 1982 is aan betrokkene met ingang van 5 november 1982 een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toegekend naar een dagloon van f 145,92.

Namens betrokkene is bij brief van 2 mei 2003 verzocht om herziening van het dagloon. Bij deze brief is tevens verzocht om vergoeding van de wettelijke rente over de nabetaling. Bij besluit van 28 mei 2003 is het dagloon per 1 november 1982 herzien en nader vastgesteld op € 67,97. Het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit is bij besluit van 24 september 2003 ongegrond verklaard. De herziening van het dagloon heeft geleid tot een nabetaling en toekenning van een wettelijke rentevergoeding hierover.

Bij uitspraak van 6 juli 2004 heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 24 september 2004 gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Bij besluit van 30 september 2004 is het bezwaar van appellant tegen het besluit van

28 mei 2003 alsnog gegrond verklaard en is het dagloon per 1 november 1982 nader vastgesteld op € 68,16.

Bij besluit van 6 december 2004 heeft appellant een bedrag van € 44,18 aan betrokkene toegekend als vergoeding van de wettelijke rente over de op 8 november 2004 betaalbaar gestelde nabetaling in verband met de verhoging van het dagloon van € 67,97 naar € 68,16. Hierbij is de wettelijke rente vergoed met ingang van 1 september 2003.

Het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 6 december 2004 is bij besluit van 8 maart 2005 gegrond verklaard, omdat betrokkene in de visie van appellant aanspraak heeft op vergoeding van de wettelijke rente met ingang van 1 juli 2003.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank met beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten het beroep van betrokkene tegen het besluit van 8 maart 2005 gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. De rechtbank heeft overwogen dat appellant op 2 mei 2003 is aangemaand en gelet hierop appellant wettelijke rente is verschuldigd na het verstrijken van een redelijke termijn van veertien dagen na deze aanmaning.

Hiermee kan appellant zich niet verenigen. Onder verwijzing naar drie uitspraken van de Raad van 15 december 2005 (LJN: AU8867, AU8837 en AU 8835) heeft appellant betoogd slechts wettelijke rente te zijn verschuldigd ingaande de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin uiterlijk had moeten worden beslist op het door appellant gedane verzoek om herziening, in casu vanaf 1 juli 2003.

De Raad kan zich met dit betoog verenigen. De Raad volstaat met een verwijzing naar de door appellant genoemde uitspraken.

Dit betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd en het inleidend beroep alsnog ongegrond dient te worden verklaard.

De Raad acht tot slot geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak.

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Badermann als griffier, uigesproken in het openbaar op 12 maart 2008.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A. Badermann.

RB