Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC7426

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
21-03-2008
Zaaknummer
06-7144 ZFW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Heeft Zilveren Kruis terecht vergoeding van de medische kosten, die betrokkene tijdens zijn verblijf in Turkije heeft gemaakt, afgewezen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/7144 ZFW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 november 2006, 06/695 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellant

en

Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V., gevestigd te Rotterdam, (hierna: Zilveren Kruis)

Datum uitspraak: 19 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Zilveren Kruis heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2008. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Zilveren Kruis heeft zich laten vertegenwoordigen door R.W. Bestebreurtje, werkzaam bij Zilveren Kruis.

II. OVERWEGINGEN

1.De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft op 15 mei 2004 zijn huisarts geraadpleegd inzake klachten verband houdend met aangezichtsverlamming. Op 1 juli 2004 is hij in verband met die klachten gezien door dr. Westering, neuroloog in het Clara ziekenhuis te Rotterdam. Tijdens zijn vakantie in Turkije heeft eiser zich op 12 augustus 2004 gewend tot het Chappa ziekenhuis in Istanbul omdat hij, naast verergering van bestaande klachten, last kreeg van tintelingen in de vingers, alsmede pijn in de nek, rug en op de borst. Appellant is onderzocht door dr. Tekin Yesilova. In dat kader heeft een electro myografie onderzoek (EMG) plaatsgevonden; voorts zijn röntgenfoto’s van zijn hoofd gemaakt (MRI-scan).

Op voorschrift van deze arts heeft appellant gedurende 21 dagen fysiotherapeutische behandelingen gekregen. Deze behandelingen betroffen een combinatie van infrarood-, laser-, tens- en magnetotherapie. Op 14 januari 2005 heeft appellant Zilveren Kruis verzocht om vergoeding van de medische kosten die tijdens zijn verblijf in Turkije zijn gemaakt.

1.2. Bij besluit van 17 februari 2005 heeft Zilveren Kruis deze aanvraag afgewezen. Namens appellant is tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.3. Bij besluit van 6 januari 2006 heeft Zilveren Kruis, na advies te hebben ingewonnen bij het College voor zorgverzekeringen (CVZ), het bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij is aangegeven dat de kosten van het onderzoek door dr. Tekin Yesilova wel voor vergoeding in aanmerking komen. CVZ heeft in dat kader opgemerkt dat het ‘wat betreft de tintelingen en pijn in nek, rug en borst denkbaar is dat hiervoor spoedeisende hulp nodig was om acute hartklachten uit te sluiten. Vergoeding van het eerste consult zou dan ook terecht zijn. Het overige onderzoek en de daarop volgende behandelingen vallen niet onder spoedeisende hulp’. Bij het besluit van 6 januari 2006 is tevens het verzoek van appellant om vergoeding van de in verband met de behandeling van het bezwaar gemaakte kosten afgewezen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten het tegen dit besluit ingestelde beroep gegrond verklaard, voor zover dit betrekking heeft op de weigering om de in bezwaar gemaakte kosten te vergoeden. Voor het overige heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft onder meer overwogen, dat uit de verklaring van de behandelend specialist, dr. Tekin Yesilova, van

3 september 2004, niet blijkt dat bij appellant sprake was van een acute noodzaak tot behandelen. Weliswaar heeft de behandelend medisch specialist in Turkije verschillende behandelingen voorgeschreven, maar dit op zichzelf leidt niet tot de conclusie dat deze behandelingen onmiddellijk noodzakelijk waren.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en Zilveren Kruis heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de standpunten van partijen zal, voor zover van belang, hierna bij de beoordeling worden ingegaan.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tussen partijen is in geschil of appellant op grond van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de republiek Turkije inzake sociale zekerheid (hierna: het Verdrag) aanspraak heeft op vergoeding van de door hem in de periode van 3 augustus 2004 tot 5 september 2004 in Turkije gemaakte kosten van medische zorg, en meer in het bijzonder of sprake is geweest van spoedeisende hulp als bedoeld in het Verdrag.

4.2. In artikel 13, eerste lid, van het Verdrag is - kort gezegd en voor zover hier van belang - bepaald dat een werknemer of gelijkgestelde die is aangesloten bij een orgaan van een van de verdragsluitende partijen en woonachtig is op het grondgebied van die partij, recht heeft op prestaties gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige behandeling, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.

EMG-onderzoek en MRI-scan

4.3. Naar het oordeel van de Raad heeft Zilveren Kruis ten onrechte de kosten verband houdend met het EMG-onderzoek en de MRI-scan niet voor vergoeding in aanmerking gebracht. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat beide onderzoeken zijn verricht in aansluiting op het consult bij dr. Tekin Yesilova op 12 augustus 2004. Niet aannemelijk is gemaakt, noch geworden dat deze arts zonder kennisname van de resultaten van beide onderzoeken tot zijn bevindingen is gekomen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat deze onderzoeken mede dienden ter uitsluiting van acute hartklachten. De door Zilveren Kruis aangedragen reden voor vergoeding van het eerste consult acht de Raad dan ook evenzeer aanwezig voor genoemde onderzoeken.

Fysiotherapeutische behandelingen

4.4. De Raad is van oordeel dat Zilveren Kruis terecht de weigering van de vergoeding van de kosten van de fysiotherapeutische behandelingen heeft gehandhaafd op de grond dat niet wordt voldaan aan het in artikel 13, eerste lid, van het Verdrag vervatte criterium dat de gezondheidstoestand van de belanghebbende onmiddellijke geneeskundige behandeling noodzakelijk maakt.

4.5. Dat van een dergelijke toestand sprake is geweest blijkt niet uit de verklaring van

dr. Tekin Yesilova. Dat uit deze verklaring valt af te leiden dat de behandeling adequaat was en een duidelijke verbetering is ingetreden, impliceert niet dat appellant was aangewezen op onmiddellijke geneeskundige behandeling. De verklaring van appellant over zijn medische situatie maakt dit naar het oordeel van de Raad niet anders.

4.6. Uit rechtsoverweging 4.3 volgt dat met vernietiging van de aangevallen uitspraak het beroep gegrond dient te worden verklaard en dat het besluit van 6 januari 2006 dient te worden vernietigd, voor zover de kosten verband houdend met het EMG-onderzoek en de MRI-scan niet zijn vergoed. Uit rechtsoverwegingen 4.4 en 4.5 volgt dat de aangevochten uitspraak, voor zover betrekking hebbend op de weigering om de fysiotherapeutische behandelingen te vergoeden voor bevestiging in aanmerking komt. Met in achtneming van deze uitspraak dient Zilveren Kruis opnieuw op bezwaar te beslissen. Daarbij dient Zilveren Kruis zich uit te laten over de voor vergoeding in aanmerking te brengen wettelijke rente. De wettelijke rente dient te worden vergoed over de kosten verband houdend met voornoemde onderzoeken, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand, volgend op de datum waarop het primaire besluit is genomen.

5. De Raad ziet tenslotte aanleiding om Zilveren Kruis te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover betrekking hebbend op het EMG-onderzoek en de MRI-scan;

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 6 januari 2006, voor zover de kosten verband houdend met het EMG-onderzoek en de MRI-scan niet voor vergoeding in aanmerking zijn gebracht;

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten voor het overige;

Bepaalt dat Zilveren Kruis een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

Veroordeelt Zilveren Kruis in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 644,--;

Bepaalt dat Zilveren Kruis aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van

€ 105,--vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en H.C.P. Venema als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2008.

(get.) R.M. van Male.

(get.) R.L. Rijnen.

RB1003