Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC7250

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
20-03-2008
Zaaknummer
07-4402 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/4402 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuurecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek van herziening van:

[Verzoeker],

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 mei 2007, 05/3542 WAO (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding in hoger beroep tussen:

verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, een verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak ingediend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2008, waar namens verzoeker is verschenen mr. De Jonge, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

II. OVERWEGINGEN

Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verband met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de Raad - oordelend over het hoger beroep van verzoeker - de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2005, 04/3682, bevestigd. In deze uitspraak heeft de Raad, onder verwijzing naar eerdere uitspraken van de Raad, onder meer overwogen dat de kosten van het rapport van mevr. Verhage, directrice van het instituut Psychosofia, niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat dit rapport niet kan worden aangemerkt als een rapport van een (medisch) deskundige in de zin van artikel 8:36, tweede lid, van de Awb en artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

In het onderhavige verzoekschrift is namens verzoeker uitvoerig uiteengezet waarom naar zijn mening ten onrechte is geweigerd voormelde kosten voor een vergoeding in aanmerking te brengen.

Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 13 januari 2005, LJN: AS3516, is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, eventueel op basis van nieuwe argumenten, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad stelt vast dat het onderhavige verzoek om herziening er uitsluitend op is gericht om opnieuw een discussie te voeren over een vergoeding van de kosten van het voormelde rapport en dat geen enkel nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb naar voren is gebracht. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2008.

(get.) R.C. Stam.

(get.) W.R. de Vries.

RJB