Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC6904

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
20-03-2008
Zaaknummer
05-7032 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Doorslaggevende betekenis van het advies van de deskundige met betrekking tot de arbeidsbeperkingen als gevolg van psychische klachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/7032 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 9 november 2005, 04/2462 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. van de Wiel, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft bij brieven van 3 april 2006 en 17 mei 2006 medische rapporten ingezonden.

Hierop heeft de bezwaarverzekeringsarts A. Deitz bij rapporten van respectievelijk 8 mei 2006 en 26 juni 2006 gereageerd.

Door de Raad desverzocht heeft de als deskundige geraadpleegde psychiater J.D.J. Tilanus bij rapport van 26 november 2007 van verslag en advies gediend met betrekking tot enige omtrent de gezondheidstoestand van appellant en zijn vermogen om arbeid te verrichten gerezen vragen.

Bij brief van 25 januari 2008 heeft appellant een faxbericht van gelijke datum ingezonden van de behandelend psychiater

S. Gülsaçan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2008. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van de Wiel. Als tolk was aanwezig W.B.S. van de Wetering. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door L. den Hartog.

II. OVERWEGINGEN

Bij het thans bestreden en op bezwaar genomen besluit van 16 juli 2004 heeft het Uwv (onder meer) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 februari 2004 ongegrond verklaard. Bij dit besluit is de ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) aan appellant verleende uitkering, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 21 januari 2004 ingetrokken, op de grond dat zijn mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedroeg. Gelet op hetgeen de rechtbank bij de aangevallen uitspraak daaromtrent heeft overwogen en het verhandelde ter zitting van de Raad, is het geschil tussen partijen beperkt tot de vraag of het oordeel van de rechtbank dat het Uwv terecht de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% heeft gesteld, juist is.

Die vraag beantwoordt de Raad bevestigend.

Voor dit oordeel kent de Raad met betrekking tot de bij appellant bestaande arbeidsbeperkingen als gevolg van psychische klachten doorslaggevende betekenis toe aan het bij zijn rapport van 26 november 2007 door de deskundige Tilanus gegeven advies, inhoudende dat hij zich kan verenigen met de door de verzekeringsarts in de kritische Functionele Mogelijkheden Lijst vastgestelde, het vakgebied van de psychiatrie regarderende, beperkingen.

Hetgeen de behandelend psychiater S. Gülsaçan bij faxbericht van 25 januari 2008 over dit advies heeft opgemerkt, leidt de Raad niet tot een ander oordeel. De omstandigheid dat deze psychiater een andere diagnose heeft gesteld, gebruikmakend van zijn bekendheid met de culturele begrippen en gewoontes, was de deskundige Tilanus, die de beschikking had over eerder door de psychiater Gülsaçan verstrekte inlichtingen en telefonisch contact met hem heeft gehad, bekend, zodat hij daarmee rekening heeft kunnen houden. De opmerking van psychiater Gülsaçan dat hij als behandelend psychiater ten tijde in geding een beter beeld had van de psychische toestand van appellant dan de deskundige Tilanus, omdat deze per definitie achteraf zijn oordeel heeft moet vormen, deelt de Raad niet. Uit het rapport van de deskundige Tilanus blijkt dat hij, naast persoonlijk onderzoek van appellant, kennis heeft genomen van alle beschikbare medische gegevens, waaronder de door de psychiater Gülsaçan verstrekte inlichtingen, en dat hij uitdrukkelijk zijn oordeel heeft toegespitst op de situatie van appellant ten tijde hier in geding. Hierbij merkt de Raad nog op dat aan de brief van 16 juni 2003 van de psychiater Gülsaçan valt te ontlenen dat hij appellant toentertijd heeft verwezen naar een collega-psychiater van Marokkaanse afkomst, omdat hij zelf niet een volledig beeld kon krijgen van de problematiek van appellant.

De Raad volgt het advies van de deskundige Tilanus niet om een nader onderzoek in te doen stellen door een orthopedisch chirurg en/of een reumatoloog naar de bij appellant sinds 2002 bestaande heupklachten en de in november 2004 vastgestelde artritis. Daaromtrent overweegt de Raad dat de bezwaarverzekeringsarts Deitz bij rapport van

9 juni 2005 de gegevens van de behandelend orthopedisch chirurg dr. H.W.J. Koot en de behandelend reumatoloog dr. R.A.M. Traksel heeft beoordeeld. Aan zijn rapport valt te ontlenen dat met de heupklachten van appellant bij de vaststelling van de beperkingen door de verzekeringsarts rekening is gehouden en dat de gewrichtsklachten aan de handen zijn ontstaan half juni 2004, zijnde circa een half jaar na de hier in geding zijnde datum van 21 januari 2004. In de omstandigheid dat in het rapport van de deskundige Tilanus er melding van wordt gemaakt dat appellant ingaande augustus 2007 door het Uwv 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt geacht ziet de Raad geen aanknopingspunt om de beoordeling van de lichamelijke klachten van appellant ten tijde hier in geding voor onjuist te houden.

Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aangevallen uitspraak waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) W.R. de Vries.

TM