Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC6892

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-03-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
07-355 MPW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning invaliditeitspensioen War Pensions Commitee (WPC) schaal, code 1412, wegens invaliditeit met dienstverband. Is er sprake van een toename van de beperkingen, die appellant ondervindt als gevolg van zijn ziekte aan beide longen ten opzichte van 1998, toen de mate van invaliditeit werd vastgesteld op 40%?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/355 MPW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 december 2006, nr. 05/8670 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris)

Datum uitspraak: 6 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2008. Namens appellant is verschenen mr. M. Smid, werkzaam bij de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. M.H.J. Geldof van Doorn, werkzaam bij de Stichting Pensioenfonds ABP.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant is van oktober 1957 tot oktober 1963 als militair in dienst van de Koninklijke Marine geweest. In die periode heeft hij als machinist dienst gedaan op meerdere schepen en op de Rijkswerf te Den Helder. In 1998 is vastgesteld dat appellant lijdt aan een dubbelzijdige pleurale verdikking, het meest passend bij asbestose met restrictief longfunctieverlies, en dat dit een gevolg is van blootstelling aan asbest tijdens de militaire dienst. Ten aanzien van de wervelkanaalstenose waaraan appellant lijdt is geen dienstverband aangenomen. Met ingang van 26 augustus 1998 is aan appellant met toepassing van War Pensions Commitee (WPC) schaal, code 1412, wegens invaliditeit met dienstverband een invaliditeitspensioen toegekend, berekend naar een mate van invaliditeit van 40%.

1.2. Bij brief van 1 juli 2003 heeft appellant verzocht om verhoging van het invaliditeits-percentage voor de berekening van het aan hem toegekende militair pensioen, op de grond dat zijn gezondheidstoestand is verslechterd.

1.3. Op 29 oktober 2003 heeft de Commissie Geneeskundig Onderzoek Militairen (CGOM) rapport uitgebracht van het op 26 augustus 2003 ingestelde militair geneeskundig onderzoek (MGO). Hierbij is geconcludeerd dat de mate van invaliditeit als gevolg van de longaandoening van appellant ongewijzigd 40% bedraagt. Bij besluit van 30 oktober 2003 heeft de staatssecretaris, onder verwijzing naar dit rapport, geweigerd het pensioen van appellant te verhogen, welk besluit na bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 21 oktober 2005.

2. De rechtbank heeft het door appellant tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht overweegt de Raad als volgt.

3.1. Namens appellant is in hoofdzaak aangevoerd dat, gezien het oordeel van de verschillende artsen, met toepassing van twee nummers van de zogenoemde WPC-schaal, de mate van invaliditeit van appellant op 65% zou moeten worden gesteld. Die grief is namens de staatssecretaris gemotiveerd bestreden, waarbij onder meer is verwezen naar een in hoger beroep uitgebracht nader advies van de verzekeringsarts die appellant ten behoeve van het onder 1.3. genoemde rapport had onderzocht.

3.2. De Raad kan appellant in deze grief niet volgen. In dit geding staat centraal de vraag of de beperkingen die appellant ondervindt als gevolg van zijn ziekte aan beide longen zijn toegenomen ten opzichte van 1998, toen de mate van invaliditeit werd vastgesteld op 40%. De Raad is van oordeel dat het MGO zorgvuldig is verricht en voldoende grondslag biedt voor het bestreden besluit. In het rapport van de CGOM van 29 oktober 2003 is, op grond van eigen onderzoek en informatie van de behandelende artsen van appellant, ook naar het oordeel van de Raad voldoende onderbouwd dat de beperkingen van appellant die voortvloeien uit zijn longziekte sinds 1998 niet zijn toegenomen. De longfunctie-waarden van appellant (en daarmee zijn kortademigheid) zijn blijkens alle in dit geding beschikbare medische gegevens sinds 1998 vrijwel ongewijzigd gebleven.

3.3. Gezien hetgeen onder 3.2. is overwogen houdt het bestreden besluit in rechte stand en komt de Raad niet toe aan behandeling van de grieven van appellant met betrekking tot de gehanteerde nummers van de WPC-schaal.

4. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2008.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) M.J.H. van Baalen.

HD.