Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC6816

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
06-48 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Door vervroegd uit te treden is de WAO-uitkering weer tot uitbetaling gekomen. Deze uitkering wordt in mindering gebracht op het zogeheten Tijdelijk Ouderdomspensioen (en verlaagt het pensioenopbouw).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/48 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 5 december 2005, 05/488 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2007. Appellant is in persoon verschenen. Voor het Uwv is verschenen mr. M.H.J. van Kuilenburg.

II. OVERWEGINGEN

Aan appellant is per 26 januari 1980 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

Bij besluit van 29 maart 1985 is de uitbetaling van die uitkering per 20 augustus 1984 beëindigd vanwege de inkomsten van appellant uit zijn arbeid ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).

Nadat appellant per 1 juli 2003 zijn dienstverband door vervroegd uit te treden heeft beëindigd, is bij besluit van 29 september 2003 de aan hem toegekende WAO-uitkering per 1 juli 2003 weer tot uitbetaling gekomen.

Tegen dit besluit heeft appellant op 7 november 2003 bezwaar gemaakt, omdat de uitbetaling van zijn WAO-uitkering in mindering wordt gebracht op zijn zogeheten Tijdelijk Ouderdomspensioen en zijn pensioenopbouw verlaagt. Appellant heeft gesteld dat hij jarenlang een gewone baan met een gewoon salaris heeft gehad en zich er niet bewust van was dat hij daarnaast nog een WAO-uitkering had. Als hij dat had geweten, zou hij niet vervroegd zijn uitgetreden. Appellant heeft bovendien gesteld dat hij ten onrechte een WAO-uitkering ontvangt, omdat hij nooit is herkeurd en nooit opnieuw een WAO-uitkering heeft aangevraagd.

Het bezwaar is bij besluit van 25 februari 2005 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van 25 februari 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe – kort gezegd – overwogen dat het recht van appellant op een WAO-uitkering gedurende zijn werk in WSW-verband is blijven bestaan, dat enkel de uitbetaling van de uitkering is beëindigd, dat de WAO-uitkering na beëindiging van het dienstverband gelet op artikel 44, eerste lid, WAO per 1 juli 2003 terecht weer tot uitbetaling is gekomen en dat daaraan niet in de weg staat dat appellant niet op de hoogte was van het doorlopen van zijn WAO-uitkering.

In hoger beroep heeft appellant – evenals in beroep – opnieuw naar voren gebracht wat hij in bezwaar al had aangevoerd.

De Raad overweegt als volgt.

In hetgeen appellant heeft aangevoerd, heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een ander oordeel te komen dan door de rechtbank in de aangevallen uitspraak is neergelegd.

Het voorgaande betekent dat het hoger beroep faalt, waaruit volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2008.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) N.E. Nijdam.

JL