Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC6764

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-03-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
07-702 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Berekeningsbeschikking met betrekking tot teveel betaalde toeslag voor de betaalde premies ziektekostenverzekering en de daarop berustende voorlopige bijstelling van de periodieke uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/702 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 6 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 22 december 2006, kenmerk JZ/U80/2006 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2008. Appellante is daar niet verschenen, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

1. Blijkens de gedingstukken is appellante gelijkgesteld met de vervolgde en als zodanig uitkeringsgerechtigde ingevolge de Wet.

2. Bij het, na bezwaar genomen, bestreden besluit heeft verweerster gehandhaafd het bij berekeningsbeschikking van 30 september 2005 over de jaren 2002 tot en met 2004 voorlopig vastgestelde bedrag van teveel aan appellante betaalde toeslag voor door haar betaalde premies ziektekostenverzekering en de daarop berustende voorlopige bijstelling van de periodieke uitkering. Hierbij is overwogen, kort gezegd, dat appellante de aan verweerster als betaald opgegeven premies niet met bewijsmiddelen heeft gestaafd, zodat uitgegaan dient te worden van de, lagere, nominale rekenpremie ingevolge de Ziekenfondswet.

3. In bezwaar en beroep heeft appellante aangevoerd dat met door haar overgelegde bankafrekeningen wel degelijk afdoende bewijs is geleverd.

4. De Raad overweegt terzake als volgt.

4.1. Ook de Raad heeft moeten vaststellen dat aan de overgelegde bankafrekeningen niet ondubbelzinnig kan worden ontleend welke ziektekostenpremie in de jaren 2002 tot en met 2004 specifiek voor appellante is betaald. De in die afrekeningen genoemde bedragen zijn gezinsbedragen dan wel hebben betrekking op een ander familielid. Daarom is namens verweerster terecht aan appellante gevraagd om de polisbladen van de ziektekostenverzekering, waarin de verschuldigde premies worden gespecificeerd, over te leggen. De door appellante opgegeven reden om die gegevens niet te verstrekken, inhoudende dat het teveel werk is om die bescheiden in een omvangrijke administratie op te zoeken, acht de Raad met verweerster ondeugdelijk. Onder deze omstandigheden heeft verweerster in redelijkheid mogen rekenen met de nominale ziektekostenpremies.

4.2. Gezien het vorenstaande bestaat voor vernietiging van het bestreden besluit geen grond.

5. De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2008.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) M.J.H. van Baalen.

HD

11.02