Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC6329

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-03-2008
Datum publicatie
12-03-2008
Zaaknummer
06-4219 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schatting WAO. Juistheid belastbaarheid. Geschiktheid geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4219 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 9 juni 2006, 05/1111 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant, heeft mr. H. Klein Hesselink, advocaat te Terneuzen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een vraag van de Raad beantwoord.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 25 januari 2008, waar partijen met bericht van verhindering niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van 21 september 2005 (hierna: bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 10 mei 2005, strekkende tot intrekking met ingang van 10 juli 2005 van de naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% berekende uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.

De rechtbank heeft, samengevat weergegeven, geoordeeld dat het medisch onderzoek, dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt, voldoende zorgvuldig is geweest en dat de door het Uwv gehanteerde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) de fysieke en psychische mogelijkheden van appellant juist weergeeft. Voorts is door het Uwv, aldus de rechtbank, voldoende aannemelijk gemaakt dat appellant de geduide functies kan verrichten.

Namens appellant zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Deze houden - kort samengevat - in dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn lichamelijke beperking dat hij slechts één werkende long heeft, dat ten onrechte geen urenbeperking meer is aangenomen en dat aan zijn verminderde psychische belastbaarheid is voorbijgegaan. Voorts is de geschiktheid van de geduide functies bestreden op het aspect stof, rook, gassen en damp (nr. III-6 op de FML) en op het gevraagde opleidingsniveau.

De Raad overweegt als volgt.

Voor wat betreft de medische grondslag kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van die artsen zorgvuldig en weloverwogen geweest, is de informatie van de longarts E.J. van Hezik meegewogen en is in de FML in voldoende mate rekening gehouden met de medische beperkingen van appellant. In dit verband stelt de Raad vast dat de medische beroepsgronden van appellant door de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportage van 23 augustus 2005 afdoende zijn weerlegd. Er zijn door appellant ook in hoger beroep geen gegevens in geding gebracht op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat verdergaande beperkingen in de FML hadden moeten worden opgenomen, hetzij op lichamelijk gebied hetzij op psychisch gebied. Aldus is voor de Raad genoegzaam komen vast te staan dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is.

De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn, dan wel dat appellant niet zou beschikken over het juiste opleidingsniveau. De Raad acht de grief van appellant betreffende het aspect stof, rook, gassen en damp door het Uwv afdoende weerlegd.

Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

JL