Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC6257

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-03-2008
Datum publicatie
11-03-2008
Zaaknummer
06-4594 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Medische beperkingen juist vastgesteld? Geschiktheid geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4594 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 12 juli 2006, 05/1189 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.H.M. Hartmans, advocaat te Margraten, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2008, waar namens appellante is verschenen mr. Hartmans, voornoemd. Het Uwv is met bericht van afwezigheid niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreide weergave van de feiten en omstandigheden, volstaat de Raad met het volgende.

Bij brieven van 25 februari 2003, 20 oktober 2003 en 11 november 2003 heeft appellante zich tot het Uwv gewend met het verzoek de mate van haar arbeidsongeschiktheid ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, laatstelijk vastgesteld naar de klasse 25 tot 35%, te herzien aangezien haar medische klachten zijn toegenomen.

Het Uwv heeft bij besluit van 9 mei 2005 (hierna: bestreden besluit) - beslissend op bezwaar - gehandhaafd zijn besluit van 20 december 2004 waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante ongewijzigd is vastgesteld op 25 tot 35%.

De rechtbank heeft, samengevat weergegeven, geoordeeld dat het medische grondslag van het bestreden besluit juist is. De rechtbank heeft zich voorts kunnen verenigen met de functies zoals deze als grondslag voor de schatting in aanmerking zijn genomen, maar heeft het besluit onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen. Dit omdat de motivering van de geschiktheid van de geduide functies pas in beroep is gegeven met de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige.

In hoger beroep heeft appellante haar beroepsgrond herhaald dat met een forse toename van haar klachten onvoldoende rekening is gehouden. Voorts heeft appellante doen aanvoeren dat de beperkingen die destijds op het FIS zijn vermeld onjuist zijn vertaald naar beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Appellante kan zich in het bijzonder ook niet vinden in de vastgestelde beperkingen ten aanzien van de aspecten: zitten, staan en lopen.

De Raad overweegt als volgt.

De Raad is van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is geweest en ziet met de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen in de FML. De Raad deelt de opvatting van de verzekeringsarts dat de actuele belastbaarheid van appellante correct in de FML is weergegeven. Voorts heeft naar het oordeel van de Raad de bezwaarverzekeringsarts op basis van dossieronderzoek en de verkregen informatie uit de hoorzitting, alsook de gegevens uit de behandelende sector genoegzaam aangegeven waarom die belastbaarheid niet is overschat. In dit verband merkt de Raad nog op dat ook geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat in de FML onvoldoende rekening is gehouden met de noodzaak tot voldoende afwisseling tussen staan, lopen en zitten. Appellantes beroepsgrond met betrekking tot de onjuiste vertaling van de beperkingen van het FIS naar de FML kan op grond van het bovenstaande niet slagen. Nu ook in hoger beroep niet is kunnen blijken van objectief-medische gegevens die steun verlenen aan de opvatting van appellante dat de in aanmerking genomen beperkingen onvoldoende zijn, concludeert de Raad dat de medische grondslag van het bestreden besluit als juist kan worden aanvaard.

Aldus ervan uitgaande dat de beperkingen van appellante juist zijn gewaardeerd, heeft de Raad voorts geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet passend zouden zijn voor appellante. De Raad sluit zich aan bij hetgeen de rechtbank dienaangaande in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.

Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

JL