Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC6181

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-03-2008
Datum publicatie
11-03-2008
Zaaknummer
05-973 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Vastgestelde beperkingen juist? Medisch onderzoek zorgvuldig?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/973 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 januari 2005, 04/634 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.A. van Ham, advocaat te Veenendaal, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 december 2006. Appellant is in persoon verschenen, vergezeld van mr. Van Ham. Voor het Uwv is verschenen

mr. F.A. Put. Ter zitting is het onderzoek geschorst teneinde het Uwv in de gelegenheid te stellen te reageren op hetgeen appellant ter zitting naar voren heeft gebracht.

Het Uwv heeft vervolgens B. Oskam, psychiater te Bennekom, verzocht een onderzoek te verrichten naar de psychische gezondheidstoestand van appellant op de datum in geding. Oskam heeft op 12 mei 2007 gerapporteerd. Appellant heeft bij brief van 6 juni 2007 op dit rapport gereageerd. Vervolgens heeft het Uwv een reactie van Oskam van

4 september 2007 ingezonden. Door appellant is hierop gereageerd op 8 oktober 2007, waarna het Uwv op 12 oktober 2007 een nadere reactie heeft ingezonden.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 25 januari 2008. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. Put.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 30 januari 2004 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissende op bezwaar, de WAO-uitkering van appellant met ingang van 7 december 2003 ingetrokken.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv in voldoende mate rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant. De rechtbank heeft bij haar oordeel betrokken dat de verzekeringsarts acht heeft geslagen op informatie van de neuroloog en van de revalidatiearts van Groot Klimmendaal. Aangaande de long- en allergieklachten zijn ook beperkingen aangenomen. Voor de psychische klachten is appellant niet onder behandeling. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aan appellant voorgehouden functies aan te merken als arbeid die wat betreft de daarin voorkomende belasting in overeenstemming is met de voor appellant vastgestelde belastbaarheid.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het onderzoek onvolledig is geweest en dat de belastbaarheid niet juist is vastgesteld. Voorts heeft hij erop gewezen dat hij forse psychische problemen heeft.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.

Met de lichamelijke beperkingen van appellant is voldoende rekening gehouden. Appellant heeft geen medische informatie overgelegd die tot een andere conclusie zou moeten leiden.

Met betrekking tot de psychische klachten overweegt de Raad dat Oskam tot de conclusie is gekomen dat er bij appellant op 7 december 2003 geen psychische beperkingen bestonden. Oskam heeft appellant uitgebreid onderzocht en twee maal een gesprek met hem gehad. Het rapport van Oskam is inzichtelijk en voldoende gemotiveerd. Oskam heeft rekening gehouden met de in het dossier aanwezige medische informatie en met het medicijngebruik van appellant – voorzover te achterhalen – op de datum in geding,

7 december 2003. Hij heeft gemotiveerd aangegeven waarom informatie van het ziekenhuis met betrekking tot de door appellant in 2005 doorgemaakte psychose niet relevant is voor de beoordeling van de gezondheidstoestand van appellant op

7 december 2003. De Raad heeft geen aanleiding te twijfelen aan zijn standpunt aangaande eventuele informatie van de huisarts. De Raad wijst er op dat de verzekeringsarts reeds in 2003 de huisarts – tevergeefs – heeft verzocht om informatie over appellant.

Appellant heeft geen objectieve (medische) informatie overgelegd (bijvoorbeeld van de Riagg) die moet leiden tot de conclusie dat hij op de datum in geding psychische beperkingen had.

Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant met de door het Uwv in aanmerking genomen beperkingen in staat moet worden geacht de geduide functies te verrichten.

Het hoger beroep slaagt dus niet.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en

I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2008.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) M. Lochs.

MK