Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5656

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
04-03-2008
Zaaknummer
06-5945 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering plaatsing in uitloopschaal. Langere tijd uitstekend functioneren? Voldoet functioneren aan de voorwaarden van Beloningsreglement?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5945 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 september 2006, 05/1315 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 21 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend waarop appellant heeft gereageerd.

De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2008. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.C.C. Balke, advocaat te Zwolle, alsmede door mr. J.E. Dammers en L. Matzers, beiden werkzaam bij de gemeente Almere. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Betrokkene is werkzaam als [medewerker] van de gemeente Almere met bezoldiging volgens het maximum van schaal 9. Met het oog op een mogelijke bevordering naar de uitloopschaal is omstreeks december 2004 door de eerste beoordelaar over zijn functioneren een beoordeling opgemaakt over de periode oktober 2003 tot oktober 2004. Deze beoordeling heeft als totaalscore “uitstekend”, waaraan is toegevoegd: reden tot benoeming in de uitloopschaal. De beoordeling is ongewijzigd vastgesteld, waarbij op het voorblad echter is aangetekend dat de uitloopschaal niet dient te worden toegepast.

1.2. Bij brief van 30 december 2004 heeft betrokkene, onder verwijzing naar onder meer zijn beoordeling en hem gedane toezeggingen, verzocht hem met ingang van 1 januari 2005 te bevorderen naar de uitloopschaal. Dit verzoek is bij besluit van 18 januari 2005 afgewezen omdat nog niet werd voldaan aan het vereiste dat gedurende tenminste drie jaar sprake moet zijn van uitstekend functioneren en omdat van een bevoegd gedane toezegging geen sprake is.

Appellant heeft dit besluit, na bezwaar, gehandhaafd bij het bestreden besluit van 5 juli 2005.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat onvoldoende is gemotiveerd waarom ondanks het uit de beoordeling blijkende uitstekend functioneren, de bevordering is geweigerd. Indien een verscherping van het beleid heeft plaatsgevonden heeft die volgens de rechtbank niet plaatsgevonden vóór 1 januari 2005. Appellant dient volgens de rechtbank een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de in januari 2005 gebruikelijke wijze van toepassing van de regels wat betreft de bevordering naar de uitloopschaal.

3. De Raad overweegt naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd het volgende.

3.1. Volgens artikel 5 van het Beloningsreglement 1992, zoals nadien gewijzigd, kan een ambtenaar die tenminste drie jaar in de functieschaal is ingeschaald en het maximum van die schaal heeft bereikt, worden ingepast in de uitloopschaal, indien voldaan is aan de voorwaarde dat hij blijkens uitgebrachte beoordeling(en) gedurende langere perioden uitstekend functioneert, waardoor er sprake is van verkregen meerwaarde in de functie. De bevoegdheid tot inpassing in de uitloopschaal berust bij het diensthoofd.

Volgens het tot 1 april 2005 geldende Beoordelingsreglement wordt een beoordeling opgemaakt door de directe chef van de te beoordelen ambtenaar en wordt de beoordeling vastgesteld door de tweede beoordelaar, zijnde de naasthogere chef.

Volgens de nota “Belonen met beleid” uit 1992 dient er sprake te zijn van minimaal drie jaar uitstekend functioneren.

In het periodiek B&B Actueel van oktober 2004 is vermeld dat de regels met betrekking tot plaatsing in de uitloopschaal voortaan strikter zullen worden toegepast, welke mededeling is herhaald in B&B Actueel van januari 2005. Volgens appellant is in januari 2005 het beleid ingezet dat het functioneren over een periode van tenminste twee jaar als uitstekend moet zijn beoordeeld en dat er werkelijk sprake moet zijn van verkregen meerwaarde in de functie.

3.2. De Raad volgt appellant in zijn standpunt dat het diensthoofd een eigen bevoegdheid heeft ten aanzien van het al dan niet honoreren van verzoeken tot plaatsing in de uitloopschaal en dat de eindscore “uitstekend” van een op een lager niveau bevoegdelijk vastgestelde beoordeling, die formele rechtskracht heeft verkregen, niet betekent dat plaatsing in de uitloopschaal niet meer kan worden geweigerd. Daarmee zou de eigen bevoegdheid van het diensthoofd, die zelf dient te beoordelen of aan alle voorwaarden van het Beloningsreglement is voldaan, immers worden miskend.

Reeds om die reden kan ook van een toezegging door de eerste beoordelaar die het diensthoofd zou binden, geen sprake zijn.

3.3. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat het functioneren van betrokkene niet aan de voorwaarden van het Beloningsreglement voldoet omdat in de beoordeling over de periode oktober 2003 - oktober 2004 nog sprake is van een drietal aandachtspunten in het functioneren. Daarbij is bovendien nog gewezen op de eis dat er gedurende langere tijd sprake moet zijn van uitstekend functioneren.

3.4. Gezien de bevoegdheid van het diensthoofd om een eigen afweging te maken, is naar het oordeel van de Raad met de vermelding dat de laatste beoordeling nog een drietal aandachtspunten bevat, dat in het persoonlijk werkcontract van 24 september 2004 met de opvolgende leidinggevende nog ontwikkelpunten blijken en dat bewijzen van uitstekend functioneren over de periode tot oktober 2003 ontbreken, naar behoren gemotiveerd waarom betrokkene niet voldoet aan de voorwaarde van gedurende langere perioden uitstekend functioneren en waarom betrokkene niet in de uitloopschaal is geplaatst. Van een motiveringsgebrek is geen sprake en het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak treft doel.

3.5. De Raad is voorts, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat appellant in redelijkheid heeft kunnen weigeren betrokkene per 1 januari 2005 in de uitloopschaal te plaatsen. Dat betrokkene slachtoffer is van een aangescherpt beleid is naar uit het hiervoor overwogene blijkt niet aan de orde. De door betrokkene in zijn verweerschrift gegeven verklaringen voor de vermelde aandachts- en ontwikkelpunten - betrokkene wijst vooral op de werkdruk en de inrichting van de organisatie die de onderlinge communi-catie bemoeilijkt - kunnen niet afdoen aan de conclusie dat er op 1 januari 2005 nog geen sprake is van gedurende langere perioden uitstekend functioneren en een daardoor verkregen meerwaarde in de functie.

4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellant slaagt, dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven en dient te worden vernietigd en dat het beroep van betrokkene ongegrond dient te worden verklaard.

5. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en R. Kooper en K.J. Kraan als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2008.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD

28.01

Q