Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5633

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
04-03-2008
Zaaknummer
06-5621 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering te bevorderen en salaris vast te stellen in hogere schaal. Gelijkheidsbeginsel. Dispensatie van opleidingseis? Beleidswijziging ingevoerd na aanstelling als politiemedewerker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5621 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 17 augustus 2006, 05/1997 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Hollands Midden (hierna: korpsbeheerder)

Datum uitspraak: 14 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2008. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. C.H.M. van Oosterhout, werkzaam bij de Nederlandse Politie Bond. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Groen en mr. drs. G.E. Treffers, beiden werkzaam bij de politieregio Hollands Midden.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. In oktober 1995 is appellante aangesteld als aspirant van politie voor de duur van haar opleiding. Eén van de vereisten om te kunnen worden bevorderd tot politiemedewerker was dat appellante de module Kleinschalig Groepsoptreden Hollands Midden (hierna: VAG-module) met goed gevolg had doorlopen. Appellante heeft drie maal, in januari, april en oktober 1997, meegedaan aan het volgen van deze module maar zij was steeds gedwongen voortijdig af te haken wegens een opgelopen blessure dan wel een (vermoeden van een) aandoening. Pas in het voorjaar van 1998 is appellante er vervolgens in geslaagd aan de volledige VAG-module deel te nemen en deze tot een goed einde te brengen. Nadat zij voorts begin mei 1998 haar derde stage had volbracht, heeft de korpsbeheerder haar bij besluit van 11 mei 1998 met ingang van 16 mei 1998 als politie-medewerker aangesteld, aan welke functie schaal 6 was verbonden.

1.2. Bij brief van 9 augustus 2000 heeft appellante de korpsbeheerder verzocht haar salaris met ingang van april 1997 vast te stellen overeenkomstig schaal 6. Daartoe heeft zij gesteld dat de enige reden waarom zij niet al per deze datum als politiemedewerker is aangesteld, is gelegen in het feit dat zij toen nog niet met goed resultaat had deelgenomen aan de VAG-module. In dit verband heeft zij erop gewezen dat een paar collega’s wel zijn bevorderd tot politiemedewerker zonder dat zij de VAG-module hadden doorlopen. Kennelijk heeft zij hiermee een beroep op het gelijkheidsbeginsel willen doen. Bij besluit van 20 februari 2003 heeft de korpsbeheerder dit verzoek afgewezen, welk besluit bij besluit op bezwaar van 12 augustus 2003 is gehandhaafd.

1.3. Bij uitspraak van 20 december 2004, LJN AT2053 en TAR 2005, 42, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage het beroep van appellante tegen het besluit van 12 augustus 2003 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de korpsbeheerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van die uitspraak. De rechtbank overwoog hiertoe dat, nu appellante een beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft gedaan, in dit geval dient te worden bepaald of de korpsbeheerder in gelijke gevallen wel is overgegaan tot het aanstellen van politiemedewerkers zonder dat zij de VAG-module hebben afgerond. De korpsbeheerder heeft niet aangegeven in welk opzicht de door appellante genoemde gevallen verschillen van het hare behalve het tijdstip van aanstelling; volgens de rechtbank heeft de korpsbeheerder evenwel niet onderbouwd waarom dit verschil een verschil in behandeling zou rechtvaardigen. Het besluit van 12 augustus 2003 berust dan ook niet op een deugdelijke motivering, aldus de rechtbank.

1.4. Het bestreden besluit van 11 februari 2005 heeft de korpsbeheerder genomen ter uitvoering van deze uitspraak van de rechtbank. Bij dit besluit heeft hij zijn primaire besluit van 20 maart 2003 opnieuw gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Met betrekking tot het door appellante genoemde geval van haar collega D heeft de korpsbeheerder in het bestreden besluit overwogen dat deze collega te maken had met een blijvende fysieke beperking na een ongeval. Naar de mening van de bedrijfsarts zou het volgen van de VAG-module het risico meebrengen dat nog meer schade aan de gezondheid zou ontstaan. D heeft voorts een wat te behalen studiepunten betreft gelijkwaardige vervangende opdracht moeten vervullen en is pas na zijn diplomering aangesteld als politiemedewerker.

Met betrekking tot het door appellante genoemde geval van haar collega B heeft de korpsbeheerder opgemerkt dat B een ernstige blessure had opgelopen die een operatieve ingreep noodzakelijk maakte. De bedrijfsarts kwam tot de conclusie dat B medisch gezien niet in staat was de VAG-module binnen redelijke termijn te volbrengen. B is toen als politiemedewerker aangesteld onder de voorwaarde dat zij deze module binnen haar proeftijd met gunstig resultaat zou doorlopen.

Bovendien bestond volgens de korpsbeheerder ten aanzien van deze twee collega’s, anders dan bij appellante, geen kritiek op houdingsaspecten.

3.2. Gezien deze toelichting van de korpsbeheerder is de Raad van oordeel dat het geval van appellante niet met een van beide voornoemde gevallen op een lijn is te stellen. Appellante kreeg weliswaar blessures maar deze waren niet van dien aard dat zij niet in staat was te achten om binnen redelijke termijn aan meer genoemde eis te voldoen. Ook overigens is niet gebleken van medische redenen die hieraan in de weg stonden. Dat B niet aan de haar gestelde voorwaarde is gehouden, doet aan voormeld oordeel niet af. Niet gebleken is dat die voorwaarde geen serieus karakter had en het niet de intentie van de korpsbeheerder was dat B aan die voorwaarde zou worden gehouden.

3.3. Ten aanzien van de andere door appellante genoemde gevallen is van belang dat medio 1999 een beleidswijziging is ingevoerd die inhoudt dat onder bepaalde omstandigheden dispensatie kan worden verleend van de in geding zijnde opleidingseis. Gesteld noch gebleken is dat deze omstandigheden in die andere gevallen niet van toepassing waren. Voor appellante ligt dit anders, reeds omdat haar aanstelling als politiemedewerker aan de orde was vóór invoering van dit - niet op oude gevallen betrekking hebbende - beleid.

3.4. Ter zitting is vanwege appellante nog gesteld dat aan bedoeld beleid moet worden voorbijgegaan omdat dit niet aan de medezeggenschapsraad is voorgelegd en de instemming van die raad is vereist. Dienaangaande overweegt de Raad dat het gewijzigde beleid voor de betrokken politieambtenaren gunstiger is dan het voordien gevoerde beleid. Mede gelet hierop kan het door appellante gestelde, wat daarvan ook zij, niet meebrengen dat aan het gewijzigde beleid in het kader van de beoordeling van het beroep op het gelijkheidsbeginsel geen wezenlijke betekenis toekomt.

3.5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en J.Th. Wolleswinkel als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.R.S. Bacon als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2008.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M.R.S. Bacon.

HD

17.01