Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5599

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
04-03-2008
Zaaknummer
06/2973 AW en 06/4661 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Strafontslag. Eigenmachtig in stand houden van potje voor van burgers ontvangen betalingen, onttrokken aan dienstleiding. In strijd met gemeentelijke kasinstructie. Ernstig plichtsverzuim. Strafontslag, coördinator van afdeling die bestuursdwang uitoefende, plichtsverzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2008/115
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/2973 AW en 06/4661 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 12 april 2006, 05/249 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 28 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft appellant op 14 juni 2006 een nieuw besluit op bezwaar genomen.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 januari 2008. Betrokkene is in persoon verschenen. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Schaap, advocaat te Zwolle.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Betrokkene was werkzaam als senior adviseur (ook wel aangeduid als senior inspecteur of coördinator) bij het teamonderdeel [teamonderdeel] van de afdeling [afdeling] van de gemeente Almelo. In het najaar van 2000 is bij het [teamonderdeel] een "potje" ingesteld, in de vorm van een blauw kaartenbakje achter een wettenbundel in een kast. In deze informele kas werd geld gedeponeerd dat door burgers contant was betaald ter voldoening van de kosten van door het bureau uitgeoefende bestuursdwang. Nadat één van die burgers, de horeca-onderneemster C., in februari 2004 van de financiële afdeling van de gemeente een betalingsherinnering had ontvangen en daartegen had geprotesteerd omdat zij de verschuldigde € 550,- reeds contant had betaald, hebben de vier medewerkers van het bureau op 8 maart 2004 een bedrag van € 550,- bijeengebracht (ieder € 130,- of € 140,-) en is dit bedrag alsnog in de officiële gemeentekas gestort, onder vermelding dat dit het geld van mevrouw C. betrof. Naar aanleiding hiervan zijn twee van de medewerkers, onder wie betrokkene, geschorst. Op 10 maart 2004 zijn de vier medewerkers ten huize van betrokkene bijeengekomen om zich over de ontstane situatie te beraden. Op 11 maart 2004 heeft betrokkene van huis uit één van de niet-geschorste medewerkers gevraagd hem de gemeentelijke laptop computer die hij op zijn werk placht te gebruiken, te overhandigen. Hiervan is melding gemaakt bij de leidinggevende van de afdeling. Nader onderzoek heeft onder meer het bestaan van de informele kas aan het licht gebracht. Vervolgens heeft appellant het onderzoeksbureau Deloitte Bijzonder Onderzoek & Integriteitsadvies ingeschakeld, dat op 16 juli 2004 rapport heeft uitgebracht van zijn bevindingen.

1.2. Bij besluit van 30 september 2004, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit van 13 januari 2005 (verzonden op 3 februari 2005), heeft appellant betrokkene primair met toepassing van artikel 8:13 van de Collectieve Arbeidsvoorwaarden regeling gemeente Almelo (hierna: CAR) de disciplinaire straf van ongevraagd ontslag opgelegd, onder bepaling dat deze straf onmiddellijk ten uitvoer wordt gelegd. Subsidiair heeft appellant betrokkene met toepassing van artikel 8:6 van de CAR ontslagen op grond van ongeschiktheid voor de functie anders dan wegens ziekten of gebreken.

1.3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Tevens is een bepaling omtrent het griffierecht gegeven.

1.4. Bij het in rubriek I genoemde besluit van 14 juni 2006 heeft appellant het bezwaar van betrokkene opnieuw ongegrond verklaard. Dit besluit wordt door de Raad op grond van de artikelen 6:18 en 6:19 in samenhang met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding betrokken.

2. Naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

2.1. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting legt appellant aan (de handhaving van) het strafontslag van betrokkene thans nog uitsluitend ten grondslag: diens betrokkenheid bij het instellen van de informele kas, het storten van gelden in de kas, waardoor deze buiten de reguliere geldstromen van de gemeente zijn gehouden, alsmede het gebruiken van gelden uit de kas voor doeleinden waarvoor deze niet waren bestemd.

2.2. Deze feiten worden door betrokkene niet ontkend. Mede gelet op de verklaringen van de andere medewerkers is de Raad anders dan betrokkene van oordeel dat het initiatief tot het instellen van de informele kas van betrokkene is uitgegaan en dat deze ook bij het beheer en het doen van uitgaven uit de kas een leidende rol heeft gespeeld. De geding-stukken laten zien dat betrokkene - ook al waren hem wellicht formeel geen leiding-gevende taken opgedragen - binnen het [teamonderdeel] op grond van zijn leeftijd, ervaring en reputatie, zijn persoonlijk overwicht en zijn goede betrekkingen met de burgemeester een centrale positie innam, waardoor hij feitelijk gezag over de anderen uitoefende. Dat hij [teamonderdeel] als "zijn" bureau beschouwde, blijkt ook uit zijn streven zich te profileren tegenover de rest van de gemeentelijke organisatie, in het bijzonder tegenover de gemeentesecretaris en de afdeling [afdeling] waartoe het bureau formeel behoorde. De uitlatingen van betrokkene laten er geen misverstand over bestaan dat hij met de informele kas een zekere financiële zelfstandig-heid voor het bureau wilde bewerkstelligen. Vanuit dit streven naar onafhankelijkheid van zijn meerderen heeft hij de gelden uit de informele kas gebruikt voor de taakuit-oefening van het bureau en voor daarmee samenhangende doeleinden in de sociale sfeer, zoals afscheidscadeaus en teambuilding. Dat gelden aan betrokkene persoonlijk ten goede zijn gekomen, is bij dit alles overigens niet gebleken.

2.3. De Raad deelt het standpunt van appellant dat de vastgestelde gedragingen ernstig plichtsverzuim opleveren. Daarvoor is niet beslissend of zij bij een geschreven regeling, zoals de gemeentelijke kasinstructie, uitdrukkelijk zijn verboden. Ook zonder zo’n uitdrukkelijk verbod moet het een ambtenaar van het niveau van betrokkene immers duidelijk zijn dat zijn werkgever, de gemeente, groot belang heeft bij een strikte controle op contante geldstromen en dat daarom als regel geen aan de gemeente toekomende bedragen behoren te worden beheerd buiten de officiële gemeentekas om. Betrokkene heeft gesteld dat bij de gemeente Almelo op ruime schaal potjes en informele kassen voorkomen, maar geen concrete gegevens verstrekt waaruit zou kunnen worden afgeleid dat sprake is van vergelijkbare situaties die door appellant wel worden aanvaard. De Raad is dan ook van oordeel dat betrokkene heeft kunnen en moeten begrijpen dat het eigenmachtig in stand houden van een potje voor het ontvangen van door burgers verschuldigde betalingen, met het doel de besteding daarvan aan de invloed van de dienstleiding te onttrekken, strijdig is met hetgeen een goed ambtenaar betaamt. De reacties van betrokkene toen zijn handelwijze in de zaak van mevrouw C. aan het licht dreigde te komen (met name het alsnog storten van € 550,- in de gemeentekas, het beleggen van de bijeenkomst bij hem thuis en de poging om de gemeentelijke laptop in handen te krijgen), tonen aan dat hij zich hiervan ook daadwerkelijk bewust is geweest.

2.4. In het licht van het vorenstaande kan de Raad niet instemmen met het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het plichtsverzuim de straf van ongevraagd ontslag rechtvaardigt. Niet ten onrechte heeft appellant grote betekenis toegekend aan de eisen van integriteit die moeten worden gesteld aan een ambtenaar die, zoals betrokkene, werkzaam is bij een onderdeel van de gemeentelijke organisatie dat in het bijzonder is belast met wetshandhaving en daarbij rechtstreeks in contact komt met het publiek. Dat de door betrokkene overtreden normen voor de gemeente vooral uit een beheersmatig-financieel perspectief van belang zijn, zoals de rechtbank heeft overwogen, doet hieraan niet af. De gemeentelijke werkgever mag van een wetshandhaver als betrokkene verwachten dat hij ook de interne normen van zijn organisatie in acht neemt en - meer in het bijzonder - dat de aan hem gedane betalingen ter zake van bestuursdwang terecht komen op de plaats waar zij behoren. In aanmerking genomen dat betrokkene dit in hem te stellen vertrouwen heeft beschaamd, acht de Raad het strafontslag niet onevenredig aan de aard en de ernst van het vastgestelde plichts-verzuim. De lange duur van het dienstverband en de goede staat van dienst van betrokkene zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.

2.5. Het hoger beroep treft dus doel. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. Het door betrokkene ingestelde beroep dient alsnog ongegrond te worden verklaard. Daarmee ontvalt de grondslag aan het nieuwe besluit van 14 juni 2006, dat om die reden zal worden vernietigd.

3. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond;

Vernietigt het besluit van 14 juni 2006.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en R. Kooper en J.H. van Kreveld als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.R.S. Bacon als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2008.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M.R.S. Bacon.

HD

25.02.