Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5564

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-02-2008
Datum publicatie
03-03-2008
Zaaknummer
06-2552 WSF + 06-5723 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening recht op studiefinanciering en terugvordering. Voor de door appellante gevolgde opleiding bestaat geen recht op studiefinanciering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/2552 WSF + 06/5723 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 4 september 2006, 06/296, en van 10 april 2006, 05/1179 (hierna: aangevallen uitspraken),

in de gedingen tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)

Datum uitspraak: 29 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

A. Anandbahadoer, de vader van appellante, heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken.

De IB-Groep heeft in beide zaken een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van appellante heeft zijn standpunt bij schrijven van 2 januari 2008 nader uiteengezet.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2008. Appellante en haar gemachtigde zijn niet verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door

mr. G.J.M. Naber.

II. OVERWEGINGEN

Zaak 06/5723

Naar aanleiding van een inschrijvingscontrole heeft de IB-Groep bij besluiten van

28 mei 2004 (Bericht studiefinanciering 2003, nr. 5, en 2004, nr. 3) en besluiten van

4 juni 2004 (Bericht studiefinanciering 2003, nr. 6, en 2004, nr. 4) de aan appellante toegekende studiefinanciering met ingang van 1 augustus 2003 herzien en de ten onrechte uitbetaalde studiefinanciering over de maanden augustus 2003 tot en met mei 2004 teruggevorderd.

Bij besluit van 21 juli 2004 heeft de IB-Groep het tegen deze besluiten door appellante ingediende bezwaar ongegrond verklaard op grond van de overweging dat voor de door appellante gevolgde opleiding tot visagist bij instituut Mieke Petiet B.V. geen recht op studiefinanciering bestaat.

De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 21 juli 2004 bij uitspraak van

4 september 2006, 06/296, ongegrond verklaard.

Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat zij de IB-Groep steeds correct en tijdig op de hoogte heeft gesteld van alle feiten en omstandigheden en dat zij het teruggevorderde bedrag niet kan betalen.

De IB-Groep heeft in haar verweerschrift voorop gesteld dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de brieven van 27 augustus 2003 en 12 november 2003 waarop appellante zich beroept, daadwerkelijk door haar aan de IB-Groep zijn verzonden.

De IB-Groep ziet geen aanleiding om de schuld kwijt te schelden. Het enkele feit dat appellante niet beschikt over voldoende inkomsten brengt niet met zich mee dat van invordering van de schuld kan worden afgezien. De wet voorziet immers in de mogelijkheid dat de schuld kan worden terugbetaald naar draagkracht.

De Raad overweegt dat het beroepschrift geen nieuwe gezichtspunten opent. Alle namens appellante aangevoerde argumenten zijn door de rechtbank op adequate wijze besproken en afdoende weerlegd.

Met betrekking tot het verzoek om kwijtschelding verwijst de Raad met instemming naar hetgeen de IB-Groep daarover in haar verweerschrift heeft opgemerkt.

Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak van

4 september 2006 komt voor bevestiging in aanmerking.

Zaak 06/2552

Naar aanleiding van een inschrijvingscontrole heeft de IB-Groep bij besluiten van

8 april 2005 (Bericht studiefinanciering 2004, nr. 7, en 2005, nr. 2) de aan appellante toegekende studiefinanciering met ingang van 1 augustus 2004 herzien, de ten onrechte uitbetaalde studiefinanciering over de maanden augustus 2004 tot en met maart 2005 teruggevorderd en een vordering wegens onterecht kaartbezit over die maanden opgelegd.

Bij besluit van 13 mei 2005 heeft de IB-Groep het tegen deze besluiten door appellante ingediende bezwaar ongegrond verklaard op grond van de overweging dat voor de door appellante gevolgde opleiding in de beroepsbegeleidende leerweg geen recht op studiefinanciering bestaat.

De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 13 mei 2005 bij uitspraak van

10 april 2006, 05/1179, ongegrond verklaard.

Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat het haar redelijkerwijs niet duidelijk kon zijn dat zij geen recht op studiefinanciering had en dat haar verzoek om kwijtschelding gehonoreerd had moeten worden.

De IB-Groep heeft in haar verweerschrift opgemerkt dat in de brochure die jaarlijks wordt uitgegeven expliciet staat vermeld dat uitsluitend voor een opleiding in de beroepsopleidende leerweg recht bestaat op studiefinanciering. Blijkens het beroepschrift was appellante er van op de hoogte dat zij de beroepsbegeleidende leerweg volgde. Zij kon dus weten dat zij geen recht had op studiefinanciering. Desondanks heeft zij studiefinanciering aangevraagd.

De Raad overweegt dat ook het beroepschrift in deze zaak geen nieuwe gezichtspunten opent. Alle namens appellante aangevoerde argumenten zijn door de rechtbank besproken en met juistheid verworpen. De Raad heeft daaraan niets toe te voegen.

Met betrekking tot het verzoek om kwijtschelding verwijst de Raad naar zijn hierboven weergegeven overweging over dit onderwerp.

Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak van 10 april 2006 komt voor bevestiging in aanmerking.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en

J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 februari 2008.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

JL