Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5341

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
03-03-2008
Zaaknummer
06-4185 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Knieoperatie. Geen toekenning ziekengeld ingevolge de Ziektewet. Niet buiten staat om haar arbeid te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4185 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 6 juni 2006, 05/1695 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.A. Rhodes, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2008. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Rhodes. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.J. van Kuilenburg.

II. OVERWEGINGEN

Appellante was werkzaam als administratief medewerkster bij een verzekerings-maatschappij, laatstelijk gedurende 30 uren per week. Ingaande 30 september 2004 heeft appellante zich ziekgemeld met linkerknieklachten en is haar een uitkering ingevolge de Ziektewet toegekend. Op 1 oktober 2004 is aan haar dienstbetrekking een einde gekomen.

Op 7 maart 2005 is appellante aan haar linkerknie geopereerd. Op 30 mei 2005 heeft appellante het spreekuur bezocht van een verzekeringsarts, die concludeerde dat er nog beperkingen waren maar dat appellante voor zittend werk als administratief medewerker geschikt was te achten, zodat zij per 14 juni 2005 hersteld werd verklaard voor haar arbeid.

Dienovereenkomstig is bij besluit van 30 mei 2005 aan appellante met ingang van 14 juni 2005 geen ziekengeld meer toegekend.

Appellante heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Naar aanleiding hiervan is appellante door de bezwaarverzekeringsarts op 10 augustus 2005 onderzocht. Naar aanleiding hiervan en na kennisneming van een in bezwaar door appellante meegezonden brief van 6 juni 2005 van de orthopedisch chirurg dr. I.V. van Dalen heeft de bezwaarverzekerings-arts het oordeel van de verzekeringsarts onderschreven.

Bij besluit van 23 augustus 2005, hierna: het bestreden besluit, is het bezwaar tegen het besluit van 30 mei 2005 ongegrond verklaard.

Namens appellante is in beroep aangevoerd dat zij mede op grond van psychische klachten ongeschikt was tot het verrichten van haar arbeid. Met een faxbericht van 3 mei 2006 is namens appellante een schrijven van 28 april 2006 van de behandelend psychiater B. van den Bussche in de procedure ingebracht. Ter zitting van de rechtbank op 11 mei 2006 heeft de gemachtigde van het Uwv er mee ingestemd dat deze - binnen de termijn van art. 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden brief - kon worden betrokken bij de beoordeling van het beroep.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daartoe overwogen dat het Uwv, gelet op de omstandigheid dat appellante geen melding had gemaakt van psychische klachten, niet gehouden was om spontaan onderzoek te doen naar de eventuele aanwezigheid van dergelijke klachten. Overigens oordeelde de rechtbank dat uit het voornoemde schrijven van de psychiater niet kon worden afgeleid dat appellante niet meer in staat was om haar eigen arbeid te verrichten.

Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank van de bereidverklaring van de gemachtigde van het Uwv ter zitting van de rechtbank om de meergenoemde brief van de behandelend psychiater aan de bezwaarverzekeringsarts voor commentaar voor te leggen ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt. Voorts zijn ter zitting van de Raad - met instemming van de gemachtigde van het Uwv - stukken overgelegd, waaruit blijkt dat appellante naar aanleiding van een hernieuwde ziekmelding in juni 2007 door het Uwv als volledig arbeidsongeschikt is aangemerkt.

De Raad oordeelt als volgt.

Hoewel het in de rede had gelegen dat de rechtbank de bezwaarverzekeringsarts in de gelegenheid had gesteld op de brief van de behandelend psychiater van 28 april 2006 inhoudelijk te reageren betekent dit niet dat de aangevallen uitspraak bij gebreke daarvan voor vernietiging in aanmerking komt. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat de rechtbank, mede gezien de inhoudelijke reactie van de bezwaarverzekeringsarts van 23 oktober 2006 in hoger beroep, terecht heeft geoordeeld dat uit het voormeld schrijven van de behandelend psychiater, in samenhang bezien met alle overige medische gegevens, niet volgde dat appellante ingaande 14 juni 2005 buiten staat was haar arbeid te verrichten. In het bijzonder laat de Raad, evenals de rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts, daarbij meewegen dat de psychiater Van den Bussche in het geheel niet aangeeft met welke psychische beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid rekening moet worden gehouden.

De omstandigheid dat appellante in een veel later stadium, kennelijk als gevolg van (toegenomen) knieklachten, door het Uwv als volledig arbeidsongeschikt is aangemerkt, leidt de Raad niet tot de slotsom dat appellante per 14 juni 2005 vanwege haar knieklachten buiten staat was haar arbeid te verrichten. De Raad acht overigens niet zonder betekenis dat namens appellante in beroep min of meer is aangegeven dat zij in staat was te achten het grotendeels zittende werk ondanks de knieklachten volledig te verrichten.

Al het voorgaande leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2008.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) M.W.A. Schimmel.

GdJ