Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5202

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2008
Datum publicatie
28-02-2008
Zaaknummer
06-340 WAZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitbetaling WAZ-uitkering als ware betrokkene 65 tot 80% arbeidsongeschikt. Inkomsten uit arbeid (salaris en privé gebruik van de auto van de zaak).

Wetsverwijzingen
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 58
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/340 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 28 november 2005, 05/971 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. Kiewitt, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2008. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met berichtgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Knufman.

II. OVERWEGINGEN

Appellant, directeur-grootaandeelhouder van [bedrijfsnaam] is op 14 juni 1996 in verband met psychische klachten uitgevallen voor zijn werkzaamheden in zijn las- en opleidingsbedrijf. Appellant is door het Uwv na ommekomst van de wachttijd een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet toegekend, welke later is omgezet in een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).

Het Uwv heeft bij besluit van 23 maart 2005, hierna: het bestreden besluit, beslissende op de bezwaren van appellant tegen de besluiten van 11 december 2003 en 12 januari 2004 de bezwaren gegrond geacht. Het Uwv heeft in het bestreden besluit - onder meer en voor zover voor de beoordeling van het hoger beroep van belang - vastgesteld dat de WAZ-uitkering van appellant per 16 augustus 2001 - met ingang van die datum werd die uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% - onder toepassing van artikel 58 van de WAZ uitbetaald wordt als ware appellant 65 tot 80% arbeidsongeschikt. Het Uwv heeft hiertoe overwogen dat appellant, die op medische gronden volledig arbeidsongeschikt is te achten, in de periode in geschil inkomsten uit zijn bedrijf ontving, die beschouwd moeten worden als inkomsten uit arbeid. Deze inkomsten bestonden uit een salaris ter hoogte van € 9.114,- en de bijtelling in verband met het privé gebruik van de auto van de zaak ter hoogte van € 5.928,-. Verder heeft het Uwv in het bestreden besluit meegedeeld dat over het recht van appellant ingevolge de WAZ vanaf 1 januari 2002 opnieuw dient te worden beslist.

Appellant heeft in beroep de juistheid van het bestreden besluit betwist voor zover daarbij toepassing gegeven is aan artikel 58 van de WAZ.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe het volgende overwogen en vastgesteld. Appellant was houder van 90% van de aandelen van [bedrijfsnaam] en verrichtte werkzaamheden voor de onderneming. Appellant reed in een auto van de zaak en ontving salaris of dividend. Deze inkomsten zijn door het Uwv vanaf 16 augustus 2001 als inkomsten met toepassing van artikel 58 van de WAZ op de uitkering van appellant in mindering gebracht, hetgeen de rechtbank gelet op de in de gedingstukken voorkomende “verantwoording van de rekening-courant directie 2001” en de “toelichting inkomen 2001” niet onjuist voorkomt.

Namens appellant is in hoger beroep gesteld dat het Uwv bij de toepassing van artikel 58 van de WAZ slechts de inkomsten uit dienstbetrekking, die in 2001 € 9.114,- bedroegen, mocht betrekken. Appellant heeft verder nog opgemerkt dat hij de werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis verrichtte. Het rijden in de auto van de zaak diende voor de toepassing van artikel 58 van de WAZ, naar het oordeel van appellant, buiten beschouwing te blijven.

De Raad overweegt als volgt.

De Raad leidt uit het hoger beroepschrift van appellant af, dat appellant niet langer betwist dat hem een salaris van € 9.114,- is toegekend door het bedrijf [bedrijfsnaam] Dit salaris dient naar het oordeel van de Raad bij de bepaling van de hoogte van de inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 58 van de WAZ betrokken te worden. De Raad heeft in de gedingstukken geen aanwijzingen gevonden voor de stelling van appellant dat de door hem verrichte werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis verricht werden, in die zin dat daaraan geen reële loonwaarde toegekend zou mogen worden.

De Raad is evenals de rechtbank, en conform zijn vaste jurisprudentie, van oordeel dat de bijtelling in verband met het privé gebruik van de auto van de zaak betrokken moet worden bij de bepaling van de hoogte van de inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 58 van de WAZ. De Raad merkt op dat appellant de hoogte van de bijtelling niet heeft betwist. De Raad merkt ten overvloede op dat uit de gedingstukken niet blijkt dat het Uwv enig dividend tot de inkomsten uit arbeid heeft gerekend.

De Raad is derhalve niet gebleken dat het Uwv bij het bestreden besluit een onjuiste toepassing gegeven heeft aan artikel 58 van de WAZ.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en H. Bedee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2008.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) I.R.A. van Raaij.

JL