Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5190

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
28-02-2008
Zaaknummer
06-1017 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De korting van 96% op AOW-pensioen: niet verzekerd dan wel niet geacht kan worden verzekerd te zijn geweest ingevolge de AOW gedurende het verblijf in het buitenland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/1017 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de erven en/of rechtverkrijgenden van [betrokkene], (hierna: appellanten),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2005, 04/3829 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene] (hierna betrokkene)

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 14 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld.

Bij faxbericht van 7 januari 2008 heeft de Raad van de Svb vernomen dat betrokkene op 6 augustus 2007 is overleden. Appellanten hebben de procedure voortgezet.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2008. Appellanten zijn daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van der Weerd.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Betrokkene is geboren in 1938. In augustus 2003 heeft hij bij de Svb een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd. Bij besluit van 15 maart 2004 heeft de Svb aan betrokkene met ingang van april 2003 een pensioen toegekend ter hoogte van 4% van het volledige AOW-pensioen. De korting van 96% is toegepast in verband met het aantal jaren dat betrokkene niet verzekerd is geweest dan wel niet geacht kan worden verzekerd te zijn geweest ingevolge de AOW, van 1 januari 1957 tot en met 3 september 1967, van 15 februari 1969 tot en met 26 december 1971 en van 12 februari 1972 tot en met 14 april 2003.

Bij beslissing op bezwaar van 12 juli 2004 is het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en is aan betrokkene met ingang van april 2003 een pensioen toegekend ter hoogte van 10% van het volledige AOW-pensioen. Gebleken is dat betrokkene verzekerd is geweest over de periode van 4 september 1967 tot 15 april 1972.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat niet gebleken is dat betrokkene na 1972 nog in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt en sedert zijn vertrek uit Nederland ook geen recht heeft gehad op een uitkering, pensioen of toelage. De Svb heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat betrokkene vanaf april 1972 tot april 2003 niet verzekerd is geweest voor de AOW.

Ten aanzien van de stelling van betrokkene dat hij op een willekeurige wijze door de (Nederlandse) politie naar Istanbul is verbannen waardoor hij tot april 2003 als verzekerd voor de AOW dient te worden aangemerkt, heeft de rechtbank geoordeeld dat de desbetreffende bepalingen in de AOW dwingendrechtelijk van aard zijn en dat hetgeen door betrokkene is aangevoerd -wat daarvan overigens zij- geen grond biedt om van deze bepalingen af te wijken.

In hoger beroep heeft betrokkene zijn stelling herhaald dat hij tot 2003 in Nederland gewerkt zou hebben indien de politie hem niet op onrechtmatige wijze in ballingschap gestuurd zou hebben en verzocht om verrekening van verloren jaren.

De Raad overweegt het volgende.

De Raad kan zich geheel verenigen met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de gronden waarop de rechtbank tot dat oordeel is gekomen. Hetgeen betrokkene in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met betrokkenes stelling in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan in de aangevallen uitspraak is neergelegd.

De Raad concludeert dat het hoger beroep vergeefs is ingesteld.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2008.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) A.H. Polderman-Eelderink.

RB