Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5080

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
26-02-2008
Zaaknummer
07/2483 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond i.v.m. termijnoverschrijding van griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/2483 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 29 maart 2007, 07/136 en 07/545, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wymbritseradiel

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 25 september 2007 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op 11 december 2007, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 25 september 2007 berust kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 106,-- niet binnen de bij de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 7 juni 2007 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In geding is de vraag of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.

In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, heeft de Raad in het verzetschrift geen aanknopingspunten gevonden die kunnen leiden tot de conclusie dat appellante het verzuim niet kan worden tegengeworpen. Daarbij merkt de Raad op dat appellante eerst in verzet - en dus niet binnen de termijn waarin het griffierecht moest worden voldaan - een beroep op onvermogen heeft gedaan en dat zij evenmin binnen de gestelde termijn om uitstel van betaling heeft verzocht. Tot slot is de Raad niet gebleken dat appellante in verband met de door haar gestelde betalingsonmacht (tijdig) van de mogelijkheid tot het aanvragen van bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht voor het onderhavige hoger beroep gebruik heeft gemaakt.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman. De beslissing is, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2008.

(get.) J.J.A. Kooijman.

(get.) L. Jörg.

TG