Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5002

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-02-2008
Datum publicatie
25-02-2008
Zaaknummer
06-302 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning schadevergoeding in vorm van wettelijke rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/302 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 december 2005, 05/779

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 22 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.R. Lambooy, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 11 januari 2008 heeft mr. Lambooy, voornoemd, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de schade alsmede te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht

(hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 januari 2008 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.

De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995, 314.

Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure in beroep dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.

Met betrekking tot de namens appellante gevorderde vergoeding van de eigen bijdrage uit hoofde van de verleende toevoeging overweegt de Raad dat in de bijlage bij het Bpb, waarbij een limitatieve opsomming is gegeven van proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden gegeven, niet in een vergoeding van de in verband met een afgegeven toevoeging te betalen bijdrage wordt voorzien.

Ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de nota van M. Buikman, huisarts, ten bedrage van € 36,80 voor het verstrekken van schriftelijke medische informatie is de Raad van oordeel dat dit voor toewijzing in aanmerking komt.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. Het griffierecht in eerste aanleg dient op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van renteschade als hiervoor is aangegeven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 358,80, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) S. Sweep.

CVG