Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC4968

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-02-2008
Datum publicatie
22-02-2008
Zaaknummer
06-1669 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering toekenning WAO-uitkering op de grond dat de arbeidsongeschiktheid van betrokkene niet is toegenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/1669 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 februari 2006, 05/3290 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 22 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.M. Voogt, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2008, waar namens appellant zijn gemachtigde is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.

II. OVERWEGINGEN

Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak heeft weergegeven.

Appellant is op 28 juni 1991 uitgevallen met rechter polsklachten. Bij het einde van de wachttijd, per 30 juni 1992, is hem een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar de klasse 80 tot 100%. Bij besluit van 24 augustus 1993 is die uitkering met ingang van 5 oktober 1993 ingetrokken.

Bij brief van 1 september 2004 heeft appellant het Uwv verzocht in aanmerking te worden gebracht van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met toegenomen maag- en darmklachten, alsmede psychische klachten. Op een door hem op 18 oktober 2004 ondertekend vragenformulier heeft appellant aangegeven dat de toename van arbeidsongeschiktheid is ingetreden op 27 december 1996.

Bij besluit van 28 januari 2005 heeft het Uwv met toepassing van artikel 43a van de WAO geweigerd appellant de verzochte uitkering toe te kennen, primair op de grond dat de arbeidsongeschiktheid van appellant na 27 december 1996 niet is toegenomen. Bij besluit van 19 juli 2005 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen aangetekende bezwaar ongegrond verklaard.

In dit geding moet beoordeeld worden of het Uwv terecht heeft aangenomen dat geen sprake is van toename van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 43a van de WAO.

De rechtbank heeft, samengevat weergegeven, geoordeeld dat er op grond van de door (bezwaar)verzekeringsartsen verrichte onderzoeken en door hen opgestelde rapportages geen aanleiding is te twijfelen aan het standpunt van het Uwv dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen ten opzichte van de voor appellant door de verzekeringsarts in 1993 vastgestelde beperkingen.

De Raad kan zich volledig vinden in het oordeel van de rechtbank.

In hetgeen namens appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om te oordelen dat de rechtbank ten onrechte het bestreden besluit in stand heeft gelaten. In dit verband merkt de Raad op dat het Uwv bij zijn beoordeling van het verzoek van appellant op goede gronden is uitgegaan van de datum, 27 december 1996, gelet op het door appellant ingevulde vragenformulier van 18 oktober 2004.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

JL