Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC4803

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
21-02-2008
Zaaknummer
06-6207 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:88
Algemene wet bestuursrecht 8:58
Beroepswet 21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6207 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 augustus 2006 (04/2538 ZW, hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen:

[Verzoekster],

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 20 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, een verzoek ingediend om herziening van de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2008. Verzoekster is verschenen bij gemachtigde mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders.

II. OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 april 2004 (03/4377), voorzover aangevochten, bevestigd.

De Raad heeft in de aangevallen uitspraak opgemerkt dat verzoekster ter ondersteuning van haar standpunt geen medische stukken uit de behandelend sector had overgelegd, ook niet de medische kaart van de huisarts, waarnaar in het in hoger beroep ingediende aanvullende beroepschrift was verwezen.

Het verzoekschrift is gericht tegen deze overweging. De gemachtigde van verzoekster is van mening dat de Raad destijds ten onrechte heeft nagelaten bij haar te informeren waarom de bedoelde medische kaart niet was overgelegd. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de gemachtigde van verzoekster de volgende stukken overgelegd:

­ een brief van verzoeksters huisarts van 28 oktober 2003 met een medisch journaal,

­ specialistische brieven van 16 en 17 oktober 2003,

­ een rapportage van 22 oktober 2004 van een oefentherapeut Cesar en

­ een rapport van 14 juni 2004 van het Instituut Psychosofia.

De Raad overweegt als volgt.

Op grond van artikel 21 van de Beroepswet, in samenhang met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

De Raad stelt vast dat de door de gemachtigde van verzoekster overgelegde stukken aan verzoekster voor de aangevallen uitspraak bekend waren dan wel redelijkerwijs bekend konden zijn.

De grief van de gemachtigde van verzoekster dat de Raad destijds vorenbedoeld medisch journaal van de huisarts niet bij haar heeft opgevraagd alsmede haar verwijzing naar het door haar op 19 juli 2006 per fax aan de Raad toegezonden stuk, dat de Raad gelet op de in artikel 8:58, eerste lid, van de Awb gestelde termijn destijds niet in de beoordeling heeft betrokken, ziet op aspecten van procedurele aard en niet op nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van voormeld artikel van de Awb.

Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J.F. Bandringa en C.P.M. van de Kerkhof als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2008.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) E.M. de Bree.

HS