Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC4772

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-02-2008
Datum publicatie
21-02-2008
Zaaknummer
05-6331 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAJONG-uitkering: minder dan 25% arbeidsongeschikt. Het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige wordt gevolgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/6331 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 20 september 2005, 2004/53 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. F.H. Kuiper, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een aantal stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2008. Appellante is - na voorafgaand bericht van haar opvolgend gemachtigde mr. R.M.J.T. van Dort van Van Dort Letselschade te Maastricht - niet verschenen. Het Uwv is - na voorafgaand bericht - niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Voor een meer uitgebreide weergave van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier volstaat de Raad met het volgende.

Bij besluit van 2 juli 2003 heeft het Uwv geweigerd aan appellante een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toe te kennen, onder de overweging dat appellante op 28 oktober 2003 minder dan 25% arbeidsongeschikt is.

Bij besluit van 1 december 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Hetgeen appellante tegen de aangevallen uitspraak aanvoert komt grotendeels overeen met hetgeen zij in beroep voor de rechtbank naar voren heeft gebracht. Zij stelt, onder verwijzing naar rapportages van de kinderneuroloog, de neuropsycholoog en de verzekeringsgeneeskundige P.M.J. Swerts, dat door een tremor aan de linker hand zij in hand- en vingergebruik aanzienlijk beperkt is en als éénhandig moet worden beschouwd. Haar handelingstempo is aanmerkelijk vertraagd en zij is aangewezen op een voorspelbare werksituatie zonder afleidingen, veelvuldige storingen, deadlines en produktiepieken, terwijl zij voorts sterk beperkt is in het omgaan met conflicten. In enkele geduide functies worden deze beperkingen overschreden, aldus appellante, waarbij zij er op wijst dat het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 16 februari 2004 ten aanzien van de zogenaamde niet-matchende beoordelingspunten van het Claim Beoordelings- en BorgingsSysteem geen onderbouwing bevat.

De Raad overweegt het volgende.

In hetgeen appellante in hoger beroep aanvoert kan de Raad geen aanleiding vinden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De Raad kan zich in grote lijnen verenigen met de overwegingen in de aangevallen uitspraak. Daarbij neemt de Raad het volgende in aanmerking.

De rechtbank heeft als onafhankelijke deskundige de neuroloog dr. J.W.M. ter Berg benoemd voor het instellen van een onderzoek. Deze overweegt in zijn rapport van 9 mei 2005, onder erkenning dat appellante in het gebruik van haar linker arm en hand vergaand beperkt moet worden geacht, dat hij de beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv onderschrijft, dat de beperkingen van appellante adequaat zijn weergegeven en dat de aan appellante voorgehouden functies hem voor haar mogelijk lijken.

In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel pleegt te volgen.

Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken.

Ten aanzien van door appellante gestelde verdergaande beperkingen is de Raad meer in het bijzonder van oordeel, dat de bezwaarverzekeringsarts haar keuzen van de mate waarin daarmee rekening kan en moet worden gehouden in haar rapporten van 27 oktober 2003 en 16 februari 2004 afdoende heeft gemotiveerd. Evenzo acht de Raad door de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapporten van 3 november 2003 en 16 februari 2004 afdoende gemotiveerd dat appellante met haar beperkingen de in aanmerking genomen functies moet kunnen verrichten.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en C.W.J. Schoor en H. Bedee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2008.

(get.) H. Bolt.

(get.) I. R.A. van Raaij.

HS