Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC4523

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-02-2008
Datum publicatie
18-02-2008
Zaaknummer
06-1775 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking beroep door bestuursorgaan. Kostenveroordeling. Kosten neuro-orthopaedisch centrum?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/1775 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante]

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 13 februari 2006, 05/4409

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 15 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.G. Sol, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp te Assen, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij faxbericht van 26 april 2006 heeft mr. I.G.J. van den Broek, advocaat te Nijmegen, bericht de behartiging van de belangen van appellante over te nemen.

Bij brief van 12 december 2007 heeft mr. Van den Broek, voornoemd, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 29 november 2007 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.

Mr. Van den Brink heeft namens appellante verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten, alsook de kosten van € 1.103,71 van een medisch adviseur werkzaam bij Advimed te Nijmegen en € 2.591,20 voor de verrichte expertises bij het

Neuro-Orthopaedisch Centrum.

Het Uwv heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat de kosten in bezwaar niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat appellante zich in de bezwaarprocedure niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde. Wat betreft het verzoek tot vergoeding van de facturen van Advimed volgt uit artikel 2, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) met overeenkomstige toepassing van het Besluit tarieven in strafzaken dat uitgegaan moet worden van een uurvergoeding van € 81,23. Tevens is het Uwv van mening dat de gedeclareerde uren besteed aan administratieve ondersteuning ad € 35,- niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten slotte blijkt niet uit de facturen van het Neuro-Orthopaedisch Centrum welk uurtarief gehanteerd is zodat zonder nadere specificatie vergoeding van deze kosten niet mogelijk is. De kosten van porti-, administratie- en kantoorkosten komen eveneens niet voor vergoeding in aanmerking.

De Raad overweegt als volgt.

Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, ingevolge het Bpb, begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Met betrekking tot de gevraagde kosten in bezwaar is de Raad met het Uwv van oordeel dat ingevolge artikel 1 aanhef en onder a, van het Bpb een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking kan hebben op een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Nu vorenstaande niet het geval is komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Ten aanzien van de facturen van Advimed en het Neuro-Orthopaedisch Centrum overweegt de Raad het volgende.

Ingevolge artikel 1, onder b, van het Bpb kan een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb uitsluitend betrekking hebben op de kosten van een getuige of deskundige die door een partij is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, onderdeel IV, van het Besluit tarieven in strafzaken worden de kosten van deskundigen vergoed tot een bedrag van maximaal € 81,23 per uur. Nu de betrokken medisch adviseur van Advimed blijkens de namens appellante overlegde facturen in totaal 5 uur en 45 minuten heeft besteed, begroot de Raad de kosten van die deskundige op € 442,70.

Met betrekking tot de facturen van het Neuro-Orthopaedisch Centrum is de Raad van oordeel, anders dan het Uwv, dat deze voor vergoeding in aanmerking komen. Deze kosten worden begroot op € 2.591,20.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en in hoger beroep kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.999,90, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) S. Sweep.