Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC4403

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
15-02-2008
Zaaknummer
07/3719 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond: bij betaling per bank is de datum van bijschrijving op de bankrekening van de Raad beslissend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/3719 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 26 april 2007, 07/2739 en 07/1928 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk (hierna: College)

Datum uitspraak: 5 februari 2008

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 13 november 2007 heeft de Raad het namens appellant door mr. G.A. Nandoe Tewari, advocaat te ’s-Gravenhage ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft mr. Nandoe Tewarie verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2008, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. Nandoe Tewarie. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 13 november 2007 berust hierop, dat bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22, aanhef en onder a, van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 106,-- niet binnen de daardoor - laatstelijk - bij aangetekend verzonden brief van 2 augustus 2007 gestelde termijn van vier weken is voldaan en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In geding is de vraag of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.

Gelet op de gedingstukken stelt de Raad vast dat de voor betaling van het griffierecht gestelde termijn in het geval van appellant eindigde op 30 augustus 2007 en dat het verschuldigde bedrag niet binnen die termijn is betaald.

De Raad heeft in het verzetschrift en de daarop bij brief van 28 november 2007 en ter zitting gegeven toelichting geen aanknopingspunten gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat appellant het verzuim niet kan worden tegengeworpen. De Raad verenigt zich met het standpunt ter zake van het College, neergelegd in zijn brief van

9 januari 2008, waarnaar hierbij wordt verwezen. Hij tekent daarbij nog aan dat de gemachtigde van appellante in de op 2 juli 2007 aan hem verzonden nota er reeds op is gewezen dat bij betaling per bank de datum van bijschrijving op de bankrekening van de Raad beslissend is.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordig-heid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2008.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) W. Altenaar.

RB