Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC3869

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-01-2008
Datum publicatie
11-02-2008
Zaaknummer
07-2519 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/2519 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Verzoekster],

inzake de uitspraak van de Raad van 7 maart 2007, 05/5787 AWBZ en 05/6656 AWBZ,

in het geding tussen

verzoekster

en

de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen u.a., gevestigd te Amersfoort (hierna: Agis)

Datum uitspraak: 30 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 7 maart 2007, 05/5787 AWBZ en 05/6656 AWBZ.

Agis heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 19 december 2007. Verzoekster is niet verschenen. Agis heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.A. Wood.

II. OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak,

b. bij de indiender van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Bij de uitspraak van 7 maart 2007 heeft de Raad het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2005, 03/2198 niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het beroep tegen het besluit van 3 oktober 2005, welk beroep de Raad in die uitspraak op de voet van de artikelen 6:18, 6:19 en 6:24 van de Awb bij zijn beoordeling heeft betrokken, is ongegrond verklaard. De Raad heeft daartoe overwogen dat verzoekster wil bereiken dat zij alsnog met ingang van 13 januari 2003 wordt aangemerkt als verplicht verzekerd in de zin van de Ziekenfondswet (hierna: Zfw), maar dat uit de gedingstukken zonder meer blijkt dat ten aanzien van verzoekster per 13 januari 2003 geen sprake (meer) was van een rechtsgrond voor de verplichte verzekering ingevolge de Zfw.

Met haar verzoek om herziening probeert verzoekster opnieuw te bereiken dat zij alsnog met ingang van 13 januari 2003 als verplicht verzekerd in de zin van de Zfw wordt aangemerkt. Wat zij in dat verband heeft aangevoerd voldoet echter niet aan de voorwaarden van artikel 8:88 van de Awb. Daarom moet het verzoek om herziening worden afgewezen.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en F.A.M. Stroink als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C.H.T.W. van Rooijen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2008.

(get.) R.M. van Male.

(get.) C.H.T.W. van Rooijen.