Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC3265

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-01-2008
Datum publicatie
01-02-2008
Zaaknummer
05-3672 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schatting WAO. Juistheid belastbaarheid en de daaraan gekoppelde voorgehouden functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/3672 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 25 april 2005, 04/1038 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft H.J.A. Aerts, werkzaam bij Delescen en Scheers advocaten en procureurs te Roermond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 7 december 2007. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 22 oktober 2003 heeft het Uwv geweigerd om per 13 november 2003 aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen onder de overweging dat zij voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt beschouwd.

Bij besluit van 21 april 2004 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om de door de verzekeringsarts vastgestelde en door de bezwaarverzekeringsarts onderschreven beperkingen van appellante voor onjuist te houden. De rechtbank heeft voorts overwogen dat niet is gebleken dat het arbeidskundige aspect van de in geding zijnde beoordeling van de arbeidsongeschiktheid niet op goede gronden zou berusten en dat de geduide functies binnen de belastbaarheid van appellante vallen.

In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat bij haar inmiddels de diagnose fibromyalgie is gesteld. Zij ondervindt in toenemende mate aanzienlijke lichamelijke klachten en daarnaast heeft zij last van een chronische extreme vorm van vermoeidheid en van psychische klachten.

De verzekeringsarts R.T. Lansbergen en de bezwaarverzekeringsarts W. Ruitenberg onderschatten de aard en omvang van de invaliderende beperking bij langduriger belasting en in het bijzonder is in het verzekeringsgeneeskundig onderzoek volstrek onvoldoende aandacht besteed aan de wellicht onderliggende psychopathologie en de daaruit voortvloeiende beperkingen van de psychische belastbaarheid.

Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.

In hoger beroep heeft appellante geen (nieuwe) medische gegevens overgelegd die twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid.

Ook de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft naar het oordeel van de Raad geen gebreken. Er zijn aan appellante voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen voorgehouden die vallen binnen de belastbaarheid en die de conclusie rechtvaardigen dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht en op goede gronden is vastgesteld op minder dan 15%.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitsproken in het openbaar op 18 januari 2008.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

HS