Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC2852

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
28-01-2008
Zaaknummer
05-7261 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Door nemen nieuw besluit komt eerder besluit voor vernietiging in aanmerking. Schadevergoeding wettelijke rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/7261 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 18 november 2005, 05/25 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. J. Teeninga, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Beide partijen hebben op elkaars stellingen gereageerd.

Bij schrijven van 16 oktober 2007 heeft mr. C.F.M. van den Ekart bericht, dat hij de behandeling van de zaak van de eerder genoemde gemachtigde overneemt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2007. Appellante en laatst genoemde gemachtigde waren aanwezig. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door R.A. Kneefel, werkzaam bij het Uwv.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 24 september 2004 heeft het Uwv besloten de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van appellante per 26 oktober 2004 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Bij besluit van

26 november 2004 (hierna: het bestreden besluit 1) is de ingangsdatum van deze herziening bepaald op 25 november 2004.

Namens appellante is beroep ingesteld tegen het bestreden besluit 1, welk beroep door de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond is verklaard.

Tijdens de zitting van de Raad is namens het Uwv een nieuw besluit van

30 november 2007 (hierna: het bestreden besluit 2) overgelegd, waarbij het Uwv, kort gezegd, heeft besloten het bestreden besluit 1 in te trekken, het besluit van

24 september 2004 te herroepen en de WAO-uitkering van appellante per

25 november 2004 ongewijzigd voort te zetten naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellante heeft hierin geen aanleiding gezien om het hoger beroep in te trekken en heeft verzocht – gelijk in het hoger beroepschrift reeds was gedaan – om veroordeling van het Uwv in de proceskosten en om vergoeding van het betaalde griffierecht en van (rente)schade.

Nu het Uwv het bestreden besluit 1 ook zelf niet meer juist acht, ziet de Raad aanleiding om de aangevallen uitspraak te vernietigen en het beroep, onder vernietiging van het bestreden besluit 1, gegrond te verklaren. Tevens acht de Raad termen aanwezig om het Uwv met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de proceskosten van appellante in beide instanties wegens de haar verleende rechtsbijstand, begroot op € 644,- in beroep en € 644,- in hoger beroep, in totaal € 1.288,-.

Met betrekking tot het verzoek tot vergoeding van schade merkt de Raad op, dat het niet langer handhaven van het bestreden besluit 1 in dit geval meebrengt dat de gevorderde rente over de na te betalen uitkering voor vergoeding in aanmerking komt. Met betrekking tot de wijze waarop het Uwv deze rente dient te berekenen verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB 1495, JB 1995/314.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit 1;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante, ten bedrage van in totaal € 1.288,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante betaalde griffierecht vergoedt, ten bedrage van in totaal € 140,-;

Veroordeelt het Uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van wettelijke rente als in de vorige rubriek van deze uitspraak aangegeven.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en

J. Riphagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) W.R. de Vries.

MH