Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC2592

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-01-2008
Datum publicatie
24-01-2008
Zaaknummer
07-756 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing vervolgaanvraag op de grond dat de onderhavige gebitsklachten niet in verband staan met de vervolging maar door andere oorzaken zijn ontstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/756 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Appellant],

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 17 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 7 november 2006, kenmerk JZ/A70/2006 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2007. Voor appellant is daar verschenen mr. drs. C. Lamphen, advocaat te Utrecht, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

Blijkens de gedingstukken is appellant, geboren [in] 1940, erkend als vervolgde in de zin van de Wet. In het verleden is aanvaard dat de beenklachten van appellant in het door de Wet vereiste verband staan met de ondergane vervolging.

Bij vervolgaanvraag van februari 2004 heeft appellant verzocht om toekenning van een vergoeding van tandartskosten in verband met parodontale klachten. Appellant heeft aangevoerd dat deze klachten het gevolg zijn van de slechte omstandigheden gedurende zijn, langdurige, kampverblijf tijdens de oorlogsjaren.

Deze aanvraag heeft verweerster bij besluit van 28 januari 2005, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, afgewezen op de grond dat de onderhavige gebitsklachten niet in verband staan met de vervolging maar door andere oorzaken zijn ontstaan.

De Raad heeft in de gedingstukken van medische aard geen aanknopingspunten kunnen vinden om verweersters standpunt onjuist te achten. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat ook na uitvoerig en zorgvuldig te noemen onderzoek vanwege verweerster geen gegevens naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat zich bij appellant vanaf de vervolging een zogenoemde rode draad van parodontale klachten heeft voorgedaan. Pas vanaf het jaar 2000 zijn hierover gegevens bekend.

Al in eerdere vergelijkbare gevallen heeft de Raad zich kunnen verenigen met het in zaken als deze door verweerster gehanteerde uitgangspunt dat parodontale klachten vanwege het multi-factoriële karakter daarvan niet aan de vervolging zijn toe te schrijven tenzij uit de gegevens duidelijk blijkt van een doorgaande lijn van klachten sedert de oorlogsjaren.

In hetgeen namens appellant - onder meer onder verwijzing naar een rapport van 26 oktober 2007 van de parodontoloog prof. dr. U. van de Velden te Amsterdam - is aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding om hierover nu anders te oordelen. De Raad laat hiertoe niet alleen wegen dat prof. Van de Velden in zijn genoemde antwoord op namens appellant aan hem voorgelegde vragen de nodige omzichtigheid in acht neemt, en daaruit met name ook niet is af te leiden dat het door verweerster gehanteerde uitgangspunt onjuist zou zijn, maar ook dat appellant bij zijn eerste aanvraag op grond van de Wet in 1975 van gebitsklachten geen melding heeft gemaakt.

Gezien het vorenstaande bestaat voor vernietiging van het bestreden besluit geen grond.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en C.G. Kasdorp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2008.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) M.J.H. van Baalen.

HD