Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC2374

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-01-2008
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
06-6210 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Is terecht de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van vloerbedekking in de woonkamer en een bed afgewezen op de grond dat vervanging van de vloerbedekking niet noodzakelijk is en de noodzaak tot vervanging van een bed niet vast te stellen is?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6210 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 15 september 2006, 05/5200 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)

Datum uitspraak: 8 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.K. Bhadai, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 27 november 2007. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellante heeft op 16 december 2004 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand ter vervanging van diverse duurzame gebruiksgoederen. In het kader van die aanvraag heeft op 27 januari 2005 een huisbezoek plaatsgevonden. Bij besluit van 28 januari 2005 heeft het College de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van vloerbedekking in de woonkamer en een bed afgewezen op de grond dat vervanging van de vloerbedekking niet noodzakelijk is en de noodzaak tot vervanging van een bed niet vast te stellen is.

Bij besluit van 16 juni 2005, voor zover thans van belang, heeft het College alsnog bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van een bed en zijn besluit van 28 januari 2005 voor het overige gehandhaafd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 16 juni 2005 ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, van de WWB niet van toepassing zijn.

In hoger beroep is aan de orde de vraag of de rechtbank, in navolging van het College, terecht heeft geoordeeld dat de noodzaak tot vervanging van de vloerbedekking in de woonkamer niet aannemelijk is geworden.

De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Hij verenigt zich met hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak op dit punt heeft overwogen. Hetgeen namens appellante in hoger beroep nog naar voren is gebracht heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen. De Raad sluit zich aan bij hetgeen het College in het verweerschrift ter zake heeft gesteld.

Het voorgaande betekent dat de kosten verbonden aan de vervanging van de vloerbedekking in de woonkamer niet als noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB kunnen worden aangemerkt, zodat daarvoor terecht geen bijzondere bijstand is verleend.

Het hoger beroep treft derhalve geen doel, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.E. Broekman als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2008.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) P.E. Broekman.

IJ