Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC2362

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-01-2008
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
07-344 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na detentie blijkt dat huur van de woning is doorbetaald. (Niet) overleggen van gegevens bij aanvraag om bijstandsuitkering. Latere verklaring strookt niet met eerdere verklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/344 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 27 november 2006, 06/2971 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven (hierna: College)

Datum uitspraak: 8 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft A.H.J.M. Evers hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 27 november 2007, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant heeft zich, in verband met het einde van zijn detentie, op 30 januari 2006 gemeld bij de Centrale organisatie werk en inkomen voor het doen van een aanvraag om algemene bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB).

Bij die aanvraag van appellant is gebleken dat gedurende de periode van zijn detentie, zijnde ruim 22 maanden, de huur van zijn woning is doorbetaald. Naar aanleiding hiervan is appellant bij brief van 17 februari 2006 verzocht op 21 februari 2006 de volgende gegevens te overleggen:

“- geldig legitimatiebewijs

- Alle afschriften van uw bank- en/of girorekeningen vanaf 01.03.2004 tot heden (ook spaarrekeningen)

- Betaalbewijzen van de huur over de periode 01.03.2004 tot heden

- Betaalbewijzen van de voorschotnota’s van de NRE en WOB over de periode van 01.03.2004 tot heden

- Eindafrekingen van Gas Water en Licht over 2003, 2004 en 2005

- Deugdelijke bewijsstukken van eventuele geldleningen waaruit blijkt wanneer u van wie hoeveel geld hebt geleend.”

Nadat appellant op 21 februari 2006 de verzochte gegevens niet had overgelegd, is hem een hersteltermijn geboden tot uiterlijk 1 maart 2006.

Bij besluit van 8 maart 2006 heeft het College de aanvraag van appellant afgewezen. Aan dit besluit heeft het College ten grondslag gelegd de omstandigheid dat appellant niet met verifieerbare gegevens heeft kunnen aantonen door wie zijn huur en vaste lasten zijn voldaan tijdens de periode van detentie. Door hieromtrent tegenstrijdige verklaringen af te leggen heeft appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting geschonden als gevolg waarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

Bij besluit van 30 mei 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 8 maart 2006 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 30 mei 2006 ongegrond verklaard. Daartoe is onder meer als volgt overwogen (waar voor eiser en verweerder dient te worden gelezen appellant en College):

“Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit de overgelegde gegevens niet valt op te maken of eiser in omstandigheden als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de WWB verkeerde. Verweerder heeft in de omstandigheid dat gedurende de periode dat eiser in detentie zat en dus geen inkomsten had, terwijl wél zijn huur gedurende die periode werd betaald, aanleiding mogen zien om nadere inlichtingen bij eiser [in] te winnen.

Eiser heeft hieromtrent verklaard dat zijn huur en energierekeningen door familie en vrienden werd voldaan, waarbij de heer . [K. ] de grootste geldschieter was. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser een verklaring overgelegd van de heer [K. ] van 2 maart 2006. [K. ] verklaart hierin dat hij gedurende de periode april 2004 tot december 2005 de huur en energierekeningen van eiser heeft betaald om hem vooruit te helpen. [K. ] stelt met eiser te hebben afgesproken dat hij maandelijks gaat aflossen met een bedrag van € 100,00. Het zou gaan om een totaalbedrag [van] € 8400,00. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiser terecht mogen tegenwerpen dat de datering van voornoemde verklaring niet strookt met eisers mededeling op 2 maart 2006 dat zijn maat (de heer [K. ]) op wintersport was en dat hij dus geen bewijsstukken betreffende huurbetaling en lening kon overleggen. Aan de voornoemde verklaring kan de rechtbank dan ook niet die waarde hechten die eiser daaraan toekent. Bovendien heeft verweerder eiser eveneens terecht tegengeworpen dat eisers verklaring omtrent de betalingen door de heer [K. ] in strijd zijn met de aanvankelijke verklaring van eiser dat zijn familie, te weten vijf broers en zussen, de huur voor eiser zouden hebben betaald.”

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust geheel. De namens appellant in hoger beroep nog geuite grief dat de uitspraak van de rechtbank in strijd is met het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, de beginselen van behoorlijk bestuur en de jurisprudentie acht de Raad dermate vaag en algemeen gesteld dat daarin geen grond voor vernietiging van die uitspraak kan zijn gelegen.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2008.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) L. Jörg.

IJ070108