Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC2237

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-01-2008
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
06-6577 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekking door bestuursorgaan dat in eerste aanleg geen partij was.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:75
Beroepswet
Beroepswet 21a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2008, 191 met annotatie van C.M. Bitter
RSV 2008, 73
NJB 2008, 463
ABkort 2008/93
JB 2008/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6577 AW

Centrale Raad van Beroep

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

het Bestuur van de rechtbank Amsterdam (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 12 juni 2006, 05/1464 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], (hierna: betrokkene)

en

de Minister van Justitie (hierna: minister)

Datum uitspraak: 3 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Namens betrokkene heeft mr. L.A. van Kan, advocaat te Alkmaar, bij schrijven van 14 februari 2007 een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

Bij brief van 20 februari 2007 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Bij brief van 12 maart 2007 heeft mr. Van Kan namens betrokkene aangegeven voor vergoeding van proceskosten in aanmerking te willen komen.

Bij verweerschrift van 11 april 2007 heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat er geen grond is voor een proceskostenveroordeling, nu het bestuur van de rechtbank Amsterdam als enige belanghebbende hoger beroep heeft ingesteld en dit beroep bovendien niet was ingesteld tegen betrokkene als partij in het geding, maar zich uitsluitend richtte tegen de (onbevoegdheid van de) minister.

Met toestemming van appellant en betrokkene heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.2. Betrokkene is van 15 februari 2000 tot 15 november 2000 in tijdelijke dienst werkzaam geweest als griffier/administratief medewerker bij de rechtbank Amsterdam. In die periode is hij arbeidsongeschikt geworden, in verband waarmee zijn bezoldiging na het eindigen van zijn dienstverband werd doorbetaald.

1.3. Bij besluit van 14 mei 2003, gehandhaafd bij besluit van 10 juni 2005, heeft de minister de teveel betaalde bezoldiging van betrokkene teruggevorderd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 10 juni 2005 geheel in stand blijven en de minister in verband met schending van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden veroordeeld tot vergoeding van de door betrokkene geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1000,-, te betalen door de Staat der Nederlanden.

Betrokkene en de minister hebben beiden berust in deze uitspraak.

3.1. Nadat appellant enige maanden later kennis had gekregen van de aangevallen uitspraak heeft hij hiertegen beroep ingesteld op de grond dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sinds 1 januari 2002 niet de Minister van Justitie, maar het bestuur van de gerechten beschikt over de rechtspositionele bevoegdheden (waaronder de onderhavige terugvorderingsbevoegdheid) ten aanzien van de bij de betrokken gerechten werkzame gerechtsambtenaren.

3.2. In reactie hierop heeft de gemachtigde van betrokkene een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

4. De Raad stelt vast dat appellant vervolgens het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling in de proceskosten van betrokkene is gedaan.

De rechtsvraag die de Raad thans heeft te beantwoorden is of een bestuursorgaan (zoals in dit geval appellant) dat in eerste aanleg niet als verwerende partij is opgetreden, maar zich wel in hoger beroep stelt als het rechtens bevoegde bestuursorgaan, bij intrekking van zijn hoger beroep kan worden veroordeeld in de proceskosten van de betrokkene.

4.1. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in de kosten kan worden veroordeeld.

Dat de wetgever, blijkens de wetsgeschiedenis, vooral heeft gedacht aan het bestuursorgaan dat bij de rechtbank als verwerende partij is opgetreden, sluit naar het oordeel van de Raad niet uit dat een ander bestuursorgaan, dat als beweerdelijk bevoegd bestuursorgaan hoger beroep heeft ingesteld en dit intrekt, wordt veroordeeld in de proceskosten die door deze handelwijze zijn opgeroepen.

4.2. De kosten van het indienen van de schriftelijke uiteenzetting namens betrokkene worden door de Raad aangemerkt als redelijkerwijs gemaakte kosten in verband met de behandeling van het hoger beroep. Voor het opstellen van een schriftelijke uiteenzetting, een handeling die valt onder de limitatieve opsomming van proceshandelingen die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen, wordt op grond van dit besluit een half punt toegekend. Dit leidt tot een veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 161,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 161,-, te betalen door de Staat der Nederlanden aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en R. Kooper en K.J. Kraan als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.J.W. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 januari 2008.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) P.W.J.Hospel.

HD

03.01

Q