Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC2234

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-01-2008
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
07-1151 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omzetting studiefinanciering van norm uitwonende naar norm thuiswonende studerende. Adreswijziging doorgegeven?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/1151 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 8 januari 2007, kenmerk 06/899 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)

Datum uitspraak: 18 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Mr. J. Nijenhuis, advocaat te Heerenveen, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld.

De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2007. Mr. Nijenhuis is namens appellante verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. E.H.A. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

Bij brieven van 10 maart 2006 heeft de IB-Groep aan appellante meegedeeld dat bij controle is geconstateerd dat het woonadres dat zij aan de IB-Groep heeft doorgegeven ([adres 1]) in de maand februari 2006 afwijkt van het adres waarop zij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staat ingeschreven ([adres 2]). Betrokkene is in die brief gewaarschuwd dat indien zij de afwijking tussen beide adressen niet binnen vier weken ongedaan maakt, de haar toegekende beurs naar de norm van een uitwonende studerende met ingang van februari 2006 wordt omgezet in een beurs naar de norm voor een thuiswonende studerende. Appellante heeft niet binnen vier weken gereageerd. Vervolgens heeft de IB-Groep bij besluit van 13 mei 2006 (Bericht Studiefinanciering 2006, nr. 4) de aan appellante toegekende studiefinanciering met ingang van februari 2006 omgezet in een beurs naar de norm van een thuiswonende.

Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt. Zij heeft daarbij aangevoerd dat zij haar adreswijziging via de website van de IB-Groep heeft doorgegeven, dat zij haar adres nogmaals heeft gewijzigd nadat zij de brief van 10 maart 2006 had gekregen waarin haar vier weken de tijd werd gegeven om haar adres alsnog te wijzigen, en dat zij op 20 maart 2006 een brief kreeg van de IB-Groep met haar inloggegevens, hetgeen voor haar reden genoeg was om aan te nemen dat haar adreswijziging goed doorgekomen was.

De IB-Groep heeft het bezwaar bij besluit van 20 juni 2006 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard, omdat appellante de afwijking tussen het GBA-adres en het door haar aan de IB-Groep opgegeven woonadres niet binnen vier weken heeft opgeheven, terwijl niet is gebleken dat de afwijking niet aan appellante kan worden verweten.

De rechtbank heeft overwogen dat appellante er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat zij na de waarschuwingsbrieven van 10 maart 2006 haar adreswijziging nogmaals heeft doorgegeven. De rechtbank heeft voorts overwogen dat in de brief van 20 maart 2006 waarbij de inloggegevens voor 'Mijn IB-Groep' zijn toegezonden en in de brief van mei 2006 waarbij de onderwijskaart voor het studiejaar 2006 2007 aan appellante is toegezonden geen voldoende onderbouwing is gelegen voor de stelling dat zij haar adreswijziging heeft doorgegeven, noch voor de stelling dat zij erop mocht vertrouwen dat de adreswijziging correct was doorgegeven. De brief met de inloggegevens wordt immers uit veiligheidsoverwegingen – naar het GBA-adres gestuurd en de verstrekking van de onderwijskaart is gebaseerd op een andere regeling dan de Wsf 2000.

Appellante handhaaft in hoger beroep haar standpunt dat zij uit de correspondentie van de kant van de IB-Groep, en met name de brieven van 20 maart 2006 en mei 2006 mocht opmaken dat haar woonadres bij de IB-Groep bekend was, dat haar GBA adres ook haar woonadres was, en als daar nog onzekerheid over bestond, dat het op de weg van de

IB-Groep had gelegen daar nader onderzoek naar te doen.

De Raad overweegt het volgende.

Er is geen enkel bewijs dat appellante haar verhuizing naar de [adres 2] aan de IB-Groep heeft doorgegeven.

Uit de ontvangst van de brief van 20 maart 2006, waarbij het wachtwoord en de wijzigingscode voor ´Mijn IB-Groep´ aan appellante zijn meegedeeld, mocht zij niet afleiden dat was voldaan aan de plicht om het juiste woonadres aan de IB-Groep door te geven. Die brief wordt immers uit veiligheidsoverwegingen - naar het GBA-adres gezonden, hetgeen in de aanmeldprocedure voor ´Mijn IB-Groep´ ook expliciet wordt vermeld.

De brief van mei 2006, waarbij de onderwijskaart is toegezonden, kan geen enkele rol spelen, reeds omdat de in de waarschuwingsbrief van 10 maart 2006 vermelde herstelperiode van vier weken toen reeds was verstreken.

Aan de Raad is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan geoordeeld zou kunnen worden dat appellante van de afwijking tussen haar GBA-adres en het door haar aan de IB-Groep opgegeven woonadres redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.

Het hoger beroep treft geen doel. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2008.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

JL