Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC2155

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
18-01-2008
Zaaknummer
06-2985 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering. Juistheid oordeel belastbaarheid. Geschiktheid van de geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/2985 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 11 april 2006, 05/993 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K.A.M. Korssen-van der Ruijt, werkzaam bij SRK rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2007, waar appellante niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huys.

II. OVERWEGINGEN

Appellante, die werkzaam is geweest als medewerkster huishoudelijke dienst, is op 19 december 2003 uitgevallen wegens linkerschouderklachten.

Bij besluit van 24 mei 2005, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv in bezwaar gehandhaafd zijn besluit van 17 december 2004, strekkende tot de weigering van een uitkering aan appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 17 december 2004, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellante weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat zij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies.

In hoger beroep is - kort samengevat - aangevoerd dat appellantes klachten en beperkingen zijn onderschat en is de geschiktheid van de geselecteerde functies bestreden.

De Raad overweegt als volgt.

De Raad kan de rechtbank volgen in haar oordeel dat het bestreden besluit berust op een juiste, althans toereikende, medische grondslag. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de (bezwaar)verzekeringsartsen bij appellante niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld, dat informatie uit de behandelende sector is meegewogen en dat appellante geen medische gegevens heeft overgelegd die de Raad aanleiding geven tot twijfel aan de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen inzake haar belastbaarheid op de datum in geding, 17 december 2004.

De Raad heeft, uitgaande van voornoemde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan de door de arbeidsdeskundige aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn, dan wel dat appellante niet zou beschikken over het vereiste taal- en opleidingsniveau.

Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

JL