Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1958

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
17-01-2008
Zaaknummer
06-563 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Juistheid belastbaarheid en geschiktheid geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/563 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 19 december 2005, 05/1692 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.L.A.M. van Os, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2007, waar appellante met bericht van verhindering niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidende beroep is gericht tegen het besluit van 21 april 2005 waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) genomen besluit van 1 oktober 2004. Daarbij is afwijzend beslist op het verzoek van appellante haar na afloop van de wettelijke wachttijd per 18 mei 2004 een WAO-uitkering toe te kennen.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Uit de aangevallen uitspraak blijkt dat naar het oordeel van de rechtbank in de gedingstukken en in hetgeen door appellante is aangevoerd geen aanknopingspunten zijn gevonden om te oordelen dat de medische beperkingen van appellante, zoals weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst, zijn onderschat. De rechtbank is gelet op de toelichting van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen voldoende overtuigd van de geschiktheid van appellante voor haar maatgevende functie van stikster.

In hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd - in essentie een herhaling van hetgeen eerder in de procedure naar voren is gebracht en door de rechtbank op goede gronden is verworpen - heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een andersluidend oordeel te komen.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

JL