Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1948

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2008
Datum publicatie
16-01-2008
Zaaknummer
06-669 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om vergoeding van de (wettelijke) rente. Verjaringstermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/669 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 23 januari 2006, 05/975 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2007. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.K. Dekker.

II. OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 12 mei 2005 (hierna: bestreden besluit), waarbij het besluit van 25 januari 2005 tot weigering van toekenning van wettelijke rente in verband met de nabetaling van de uitkering in het kader van de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten (WAJONG) is gehandhaafd, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat voldoende vaststaat dat appellant ruim na het verstrijken van de verjaringstermijn van 5 jaar, genoemd in artikel 308 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW), heeft verzocht om toekenning van de wettelijke rente in verband met de nabetaalde uitkering.

In hoger beroep heeft appellant, onder verwijzing naar de gronden van zijn beroep bij de rechtbank, aangevoerd dat hij er niet eerder van op de hoogte was dat hij om vergoeding van rente kon verzoeken en het hem door zijn slechte geestelijke en lichamelijke gezondheid en het verblijf in de gesloten TBS-kliniek onmogelijk was om eerder een verzoek in te dienen bij het Uwv.

Het Uwv heeft bij verweerschrift het in eerste aanleg ingenomen standpunt gehandhaafd.

De Raad is van oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.

Uit de gedingstukken valt op te maken dat het besluit tot toekenning van een WAJONG-uitkering met terugwerkende kracht is genomen in april of mei 1993. Vanaf dat moment kon appellant om vergoeding van wettelijke rente vragen. Aangezien uit de gedingstukken niet valt op te maken dat appellant eerder heeft verzocht om vergoeding van de (wettelijke) rente in verband met de nabetaalde uitkering dan in 2001 of in 2002, is de vordering van appellant tot vergoeding van de (wettelijke) rente verjaard, gelet op het bepaalde in artikel 3:308 BW. De door appellant aangevoerde omstandigheden vormen geen grond voor stuiting van de verjaringstermijn.

De rechtbank heeft terecht het beroep ongegrond verklaard, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en

J. Brand en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2008.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) M. Lochs.

JL