Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1823

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
15-01-2008
Zaaknummer
07-37 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenvergoeding in eerste aanleg en in hoger beroep; vergoeding van renteschade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/37 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 december 2006, 06/2587 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 2 januari 2008.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H. Koelewijn, advocaat te Woerden, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 13 juni 2007 heeft mr. Koelewijn, voornoemd, de Raad meegedeeld dat het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar heeft afgegeven d.d. 23 mei 2007 waarbij volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant en dat appellant geen verder inhoudelijk belang heeft bij voortzetting van het hoger beroep.

Bij schrijven van 26 juni 2007 heeft mr. H.C.S. van Deijk-Amzand, advocaat te Woerden, de Raad bericht de behandeling van de zaak over te nemen. Tevens is meegedeeld dat appellant de zaak slechts wenst in te trekken indien het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep alsmede tot vergoeding van renteschade.

De Raad heeft deze mededeling opgevat als intrekking van het hoger beroep met het verzoek om bij afzonderlijke uitspraak beslissing te geven als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 1 februari 2006, zoals gehandhaafd bij het op bezwaar gegeven besluit van 22 mei 2006, heeft het Uwv met ingang van 9 januari 2006, de eerste werkloosheidsdag, een maatregel opgelegd wegens het niet-voldoen van de sollicitatieverplichting. Bij het besluit van 23 mei 2007 heeft het Uwv die maatregel ingetrokken.

De Raad stelt vast dat het Uwv alsnog geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijker-

wijs heeft moeten maken.

Die kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand en € 3,62 voor reiskosten in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, totaal derhalve € 969,62.

Het verzoek om met toepassing van artikel 8:73a van de Awb het Uwv te veroordelen tot vergoeding van renteschade kan worden ingewilligd, in dier voege dat het Uwv de wettelijke rente dient te vergoeden over de nabetaling van de uitkering en dat de ingangsdatum van de rente wordt gesteld op 1 april 2006. Voor de verdere berekening wordt verwezen naar ’s-Raads uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, RSV 1996/182 en JB 95/314.

Voorts merkt de Raad op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellant zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtsreeks tot het Uwv kan wenden, voorzover het griffierecht niet reeds spontaan door het Uwv is vergoed.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van renteschade als hierboven is weergegeven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellant tot een bedrag van € 969,62, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2008.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.

BvW

2712