Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1799

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
14-01-2008
Zaaknummer
06-3134 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Vastgestelde beperkingen. Geschiktheid geselecteerde functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/3134 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 10 mei 2006, 05/1967 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een arbeidskundig rapport ingezonden.

Appellante heeft medische stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2007. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door M. van Leeuwen.

II. OVERWEGINGEN

Appellante is in januari 1998 na een auto-ongeval, waaraan zij whiplashklachten heeft overgehouden, uitgevallen als taxichauffeur. Met ingang van 19 januari 1999 is zij in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

Bij besluit van 9 juni 2005 is de uitkering van appellante met ingang van 9 augustus 2005 ingetrokken, op de grond dat haar arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%.

Bij besluit van 13 oktober 2005, hierna: het bestreden besluit, is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 9 juni 2005 ongegrond verklaard.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het onderzoek door de verzekeringsartsen van het Uwv als voldoende diepgaand en zorgvuldig worden aangemerkt, en zijn de conclusies waartoe de verzekeringsartsen zijn gekomen op overtuigende wijze onderbouwd. Nu van de zijde van appellante geen nadere (medische) gegevens zijn ingebracht die een ander licht werpen op haar belastbaarheid op de datum in geding, of die leiden tot twijfel aan de vaststelling door het Uwv van die belastbaarheid, heeft de rechtbank geen reden gezien om de medische grondslag van het bestreden besluit voor onjuist te houden. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat niet is kunnen blijken dat de belasting in de functies die bij de schatting zijn betrokken niet binnen de voor appellante vastgestelde belastbaarheid blijft. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Appellante heeft in hoger beroep haar opvatting staande gehouden dat niet al haar beperkingen in de beoordeling zijn meegenomen. Zij kan zich niet verenigen met de beoordeling met de voor haar door de verzekeringsartsen op de Functionele Mogelijkheden Lijst aangegeven beperkingen. En als uitvloeisel daarvan kan zij zich evenmin verenigen met de functies. Appellante verzoekt om een onderzoek door een onafhankelijk deskundige.

De Raad kan zich volledig vinden in de overwegingen van de rechtbank en het door haar daarop gebaseerde oordeel. De Raad maakt die overwegingen en dat oordeel tot de zijne. De Raad merkt nog op dat appellante (ook) in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens heeft ingebracht die tot steun kunnen dienen voor haar eigen evenvermelde opvatting of die althans twijfel oproepen aan de juistheid van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde beoordeling door de verzekeringsartsen van het Uwv. De enkele subjectieve klachtenbeleving van appellante vormt daartoe geen toereikende basis. Hierin ligt besloten dat de Raad geen aanleiding ziet om het verzoek van appellante tot het raadplegen van een medisch deskundige te honoreren.

Voorts staat ook voor de Raad genoegzaam vast dat de bij de schatting betrokken functies binnen de mogelijkheden van appellante liggen.

Er bestaan aldus geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de intrekking van appellantes WAO-uitkering, als vervat in het bestreden besluit, in rechte geen stand kan houden.

De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Er is, tot slot, niet kunnen blijken van aan de zijde van appellante gevallen proceskosten die voor vergoeding door het Uwv in aanmerking komen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

JL