Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1772

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
14-01-2008
Zaaknummer
05-6862 WAZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Alsnog toekenning verhoging WAO-uitkering. Hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege ontbreken procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/6862 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 24 oktober 2005, 2005/583 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 11 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 11 september 2007 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven waarop appellante bij brief van 30 oktober 2007 een reactie heeft ingezonden.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 13 oktober 2004 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat haar verzoek om verhoging van haar uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%, is afgewezen.

Het door appellante tegen dat besluit ingediende bezwaar heeft het Uwv bij besluit van

1 februari 2005 (hierna: het betreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank Maastricht heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Met het nadere besluit van 11 september 2007 heeft het Uwv te kennen gegeven zijn oorspronkelijk ingenomen standpunt inzake de afwijzing tot verhoging van de WAZ-uitkering niet langer te handhaven. Ten gevolge hiervan wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellante per data in geding (respectievelijk

1 januari 2003, 1 mei 2003 en 10 november 2003) vastgesteld op 80 tot 100. Hierdoor kan het bestreden besluit geacht worden te zijn ingetrokken.

Appellante heeft bij brief van 30 oktober 2007 de Raad meegedeeld zich geheel te kunnen verenigen met het besluit van 11 september 2007 en heeft daarbij tevens verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Naar het oordeel van de Raad is met het besluit van 11 september 2007 geheel aan de grieven van appellante tegemoet gekomen.

Uit ’s-Raads uitspraak van 4 februari 1997, LJN: ZB6628, volgt dat in zo’n geval belang bij een beoordeling van het bestreden besluit in beginsel is komen te vervallen, tenzij van zo’n belang blijkt, bijvoorbeeld omdat verzocht is om het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad stelt vast dat namens appellante een dergelijk verzoek niet is gedaan, waarmee het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.

Tenslotte wijst de Raad de door appellante gevraagde vergoeding van proceskosten af nu in het onderhavige geval geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 140,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) S. Sweep.

JL