Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1675

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
11-01-2008
Zaaknummer
05-3050 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Ontbreken procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/3050 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 12 april 2005, 04/1424

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.A.R.C.W. Munsters, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Desgevraagd heeft het Uwv bij brieven van 6 augustus 2007 en 17 september 2007 vragen van de Raad beantwoord en meegedeeld dat een gewijzigde beslissing op bezwaar wordt afgegeven. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 september 2007 wordt appellante per 25 april 2004 ongewijzigd voor 80-100% arbeidsongeschikt beschouwd.

Bij brief van 12 oktober 2007 heeft mr. J. van Rooijen, advocaat te Tilburg, de Raad verzocht het Uwv in de proceskosten te veroordelen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Nu het Uwv bij besluit van 24 september 2007 te kennen heeft gegeven appellante met ingang van 25 april 2004 ongewijzigd voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt te achten is in principe het belang bij een beoordeling van het bestreden besluit komen te vervallen, tenzij van zo’n belang blijkt, bijvoorbeeld omdat verzocht is om het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van de Algemene wet Bestuursrecht. Nu van een dergelijk procesbelang niet is gebleken, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-.

Met betrekking tot de gevorderde vergoeding van de eigen bijdrage uit hoofde van de verleende toevoegingen overweegt de Raad dat in een bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een limitatieve opsomming is gegeven van proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden gegeven en dat in vergoeding van de in verband met een afgegeven toevoeging te betalen bijdrage daarbij niet is voorzien.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 140,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

MK