Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1672

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-01-2008
Datum publicatie
11-01-2008
Zaaknummer
06-3991 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Verschuldigd griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/3991 AOW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 juni 2006, 04/6686 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank.

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 27 oktober 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op donderdag 8 november 2007, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 oktober 2006 berust hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep het ingevolge artikel 22, aanhef en onder a, van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 105,-- niet binnen de laatstelijk bij aangetekend verzonden brief van 21 augustus 2006 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In geding is het antwoord op de vraag of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.

In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, merkt de Raad op dat hij ook in hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd geen aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat appellant het verzuim niet kan worden tegengeworpen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en H.J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2008.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) A.C. Palmboom.

IJ