Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1464

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
08-01-2008
Zaaknummer
06-5120 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging WW-uitkering, aangezien volledig werkzaam als zelfstandige en daardoor niet meer verzekerd. Nauwkeurig bijhouden hoeveel uren als zelfstandige werkzaam. Niet bijhouden voor risico betrokkene.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5120 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 11 juli 2006, 06/954 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 januari 2008.

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2007. Namens appellante is verschenen P.J. Troost te Oud-Beijerland. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Reitsma, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

1.1. Appellante ontving met ingang van 2 december 2004 een uitkering ingevolge de WW op basis van een gemiddeld aantal arbeidsuren van 32 uur per week. Op 13 juni 2005 heeft appellante een gesprek gehad met haar re-integratiecoach over haar plannen om een eigen bedrijf op te zetten. Bij brief van 14 juni 2005 is haar toestemming verleend om zich vanaf 10 juni 2005 gedurende drie maanden met behoud van WW-uitkering te oriënteren op een eigen bedrijf.

1.2. Appellante heeft op het werkbriefje over de periode van 19 september 2005 tot en met 16 oktober 2005 vermeld dat zij werkzaamheden heeft verricht als zelfstandige in haar eigen bedrijf “[bedrijfsnaam]” en een opgave gedaan van de omzet welke zij daarmee genereerde. Bij brief van 20 oktober 2005 is appellante, onder retourzending van dat werkbriefje, verzocht alsnog in te vullen hoeveel uren per dag zij heeft gewerkt als zelfstandige. In antwoord daarop heeft appellante op het betreffende werkbriefje (onder meer) vermeld dat zij in de week van 19 september 2005 tot en met 23 september 2005 iedere dag 8 uur heeft gewerkt.

1.3. Bij besluit van 28 oktober 2005 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante volledig werkzaam is als zelfstandige en daardoor niet meer verzekerd is voor de WW. In verband hiermee is het recht op WW-uitkering met ingang van 19 september 2005 geheel geëindigd.

1.4. Het bezwaar tegen dat besluit is door het Uwv bij besluit van 11 januari 2006 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij is nader gemotiveerd dat appellante het werknemerschap per 19 september 2005 geheel heeft verloren.

1.5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen, waarbij appellante als eiseres en het Uwv als verweerder is aangeduid:

"Eiseres heeft in bezwaar en beroep gesteld dat zij zich vergist heeft met haar opgave. Gevraagd om een nadere toelichting (tot en met het verweerschrift) heeft zij echter nagelaten inzicht te bieden in het aantal uren dat zij in de bewuste periode als zelfstandige heeft gewerkt. Een onderbouwing met behulp van haar (financiële) administratie, bonnen of bijvoorbeeld een agenda ontbreekt. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat dat voor rekening en risico van eiseres komt.

Met betrekking tot de grief dat verweerder haar niet in de gelegenheid heeft gesteld een verbeterd werkbriefje in te leveren, overweegt de rechtbank dat eiseres ook zonder die toestemming die informatie in had kunnen brengen. Die grief slaagt derhalve niet. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres’ gemachtigde nog heeft aangegeven dat de uren niet meer precies te traceren zijn".

2.1. Naar aanleiding van hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd overweegt de Raad dat hij het oordeel van de rechtbank onderschrijft en de overwegingen die haar tot dat oordeel hebben geleid, tot de zijne maakt.

2.2. Ter zitting heeft appellante nog gesteld dat zij als beginnend ondernemer niet wist dat zij, met het oog op haar aanspraak op WW-uitkering, moest bijhouden hoeveel uren zij werkzaam was als zelfstandige en daardoor niet in staat is een juiste opgave te doen van het aantal gewerkte uren. Uit de gedingstukken blijkt echter dat appellante tijdens voormeld gesprek met haar re-integratiecoach van 13 juni 2005 uitdrukkelijk heeft gesproken over de verplichting om de uren als zelfstandige op te geven. Bovendien heeft zij bij die gelegenheid de folder “Kan ik ook voor mijzelf beginnen ?” meegekregen, waarin expliciet is vermeld dat de uren die een zelfstandige aan zijn eigen bedrijf besteedt blijvend van het uitkeringsrecht afgaan. Hieruit blijkt dat appellante wist althans kon weten dat zij nauwkeurig moest bijhouden hoeveel uren zij als zelfstandige werkzaam was. Het feit dat appellante dat kennelijk niet heeft gedaan komt, als gezegd, voor haar rekening en risico.

3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2008.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) P. Boer.

BvW