Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1416

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
08-01-2008
Zaaknummer
07-2312 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring op de grond dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Onduidelijk datumstempel reden om af te zien van niet-ontvankelijkverklaring?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/2312 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2007, 05/3940 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 januari 2008.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N.H.G. Beltman, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J. Knufman, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - kort gezegd - het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend terwijl niet is gebleken van redenen op grond waarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege zou moeten blijven.

2. De Raad staat voor de beantwoording van de vraag of het bij de rechtbank ingediende beroep bij de aangevallen uitspraak terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

2.1. Het bestreden besluit is blijkens de gedingstukken op 4 juli 2005 aan appellant verzonden, zodat de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift aanvangt op 5 juli 2005 en eindigt op 15 augustus 2005. Het beroepschrift, gedateerd 24 augustus 2005, is blijkens het poststempel 24 augustus 2005 ter post bezorgd en op

25 augustus 2005 door de rechtbank Amsterdam ontvangen.

De Raad stelt - met de rechtbank - vast dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

2.2. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2.3. Appellant heeft in hoger beroep - evenals bij de rechtbank - aangevoerd dat hij zonder enig moment van twijfel heeft aangenomen dat het datumstempel op het bestreden besluit 14 juli 2005 aangaf en is van mening dat die datum ook voldoende duidelijk leesbaar is. Op grond daarvan heeft hij de uiterste datum om beroep aan te tekenen genoteerd. Aangezien appellant geen moment heeft getwijfeld aan de datum, lag het ook niet voor de hand om daarover contact met het bestuursorgaan op te nemen. Gelet op de onduidelijkheid van het stempel dient dit niet voor rekening van appellant te komen.

2.4. Op grond van dezelfde overwegingen als door de rechtbank in de aangevallen uitspraak zijn neergelegd, is de Raad van oordeel dat de door appellant gegeven redenen geen redenen zijn op grond waarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege zou moeten blijven. Ook de Raad is van oordeel dat het datumstempel op het bestreden besluit onmiskenbaar de datum van 4 juli 2005 vermeldt.

3. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2008.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) P. Boer.

BvW