Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1171

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-01-2008
Datum publicatie
04-01-2008
Zaaknummer
03-3883 TW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering onverschuldigd betaalde toeslag. Grondslag aan de terugvordering is komen te vervallen zodat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/3883 TW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 juli 2003 (02/3349)

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 3 januari 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft van verweer gediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2007. Appellant is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

A. Anandbahadoer.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 28 november 2000 heeft gedaagde aan appellant, die woonachtig is in Marokko en een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, medegedeeld dat de aan hem toegekende toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW) vanaf 1 januari 2000 wordt afgebouwd in een periode van drie jaar. Dit besluit was gebaseerd op artikel 4a van de TW in samenhang met artikel XI van de Wet beperking export uitkeringen.

Ter zitting van de Raad is door het Uwv verklaard dat door appellant tegen dit besluit bezwaar is ingesteld.

Bij brief van 25 januari 2002 is aan appellant medegedeeld dat als gevolg van een systeemfout geen afbouw van de toeslag heeft plaatsgevonden over de maand januari 2002 en dat hij nader bericht zal ontvangen over de terugvordering van het teveel betaalde bedrag.

Bij het primaire besluit van 15 maart 2002, gehandhaafd bij besluit van 20 juni 2002 (hierna: het bestreden besluit), heeft gedaagde het onverschuldigd betaalde bedrag van € 76,99 teruggevorderd.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank onder meer overwogen dat zich in het geval van appellant geen zodanige bijzondere of uitzonderlijke omstandigheden voordoen dat gedaagde gehouden zou moeten worden geacht op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de TW geheel of gedeeltelijk af te zien van de in het bestreden besluit neergelegde terugvordering. Naar het oordeel van de rechtbank heeft gedaagde in redelijkheid kunnen besluiten de teveel betaalde toeslag te verrekenen met de vakantie-uitkering.

De Raad overweegt als volgt.

Door het Uwv is ter zitting van de Raad meegedeeld dat de afbouw van de toeslag van appellant vanaf 1 januari 2001 (datum afbouw) is hersteld en aan hem is nabetaald.

Het voorgaande betekent dat de grondslag aan de terugvordering is komen te vervallen zodat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor vernietiging in aanmerking. De Raad ziet voorts aanleiding, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), ook het primaire besluit van 15 maart 2002 te vernietigen, aangezien dit op dezelfde niet houdbaar gebleken grondslag berust.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond;

Vernietigt het bestreden besluit alsmede het besluit van 15 maart 2002;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het griffierecht ad € 116,-- aan appellant dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 januari 2008.

(get.) H.J. Simon.

(get.) A.H. Polderman-Eelderink.

IJ191107