Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC3494

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-12-2007
Datum publicatie
05-02-2008
Zaaknummer
06-4589 ZFW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Heeft Agis de aanvraag van appellante voor een sta-op stoel terecht afgewezen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4589 ZFW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2006, 05/4427 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen U.A., gevestigd te Amersfoort (hierna: Agis)

Datum uitspraak: 28 december 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.C. Ramdihal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Agis heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2007. Appellante is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Agis heeft zich laten vertegenwoordigen door K. van Laarhoven, werkzaam bij Agis.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante lijdt aan polyartrose, een chronisch degeneratieve aandoening aan haar bewegingsapparaat, die gepaard gaat met pijn, bewegingsbeperking, stijfheid en krachtsvermindering. In verband daarmee heeft de revalidatiearts dr. L.D. Roorda namens appellante op 29 november 2004 bij Agis een aanvraag ingediend om verstrekking van een elektrisch instelbare sta-op fauteuil.

1.2. Agis heeft de aanvraag bij besluit van 21 februari 2005, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 8 september 2005, afgewezen op grond van het bepaalde bij en krachtens de ten tijde in geding nog van kracht zijnde Ziekenfondswet (hierna: Zfw). Agis stelt zich op het standpunt dat appellante geen problemen bij het zitten, het gaan zitten en het opstaan ondervindt als bedoeld in de op de Zfw en het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering (hierna: Vb) berustende Regeling hulpmiddelen 1996 (hierna: Regeling). Met een in de reguliere meubelhandel verkrijgbare ergonomische stoel, voorzien van een adequate zithoogte, armleuningen en een vaste voetenbank, is appellante in staat om zelfstandig tot stand te komen en de gewenste beenondersteuning te krijgen bij het zitten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van

8 september 2005 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.1. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Zfw hebben verzekerden aanspraak op verstrekkingen ter voorziening in hun geneeskundige verzorging, voor zover met betrekking tot die zorg geen aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Inhoud en omvang van deze verstrekkingen zijn nader geregeld in het op artikel 8, derde lid, van de Zfw gebaseerde Vb. Volgens artikel 2a, eerste lid, van het Vb kan de aanspraak op een verstrekking slechts tot gelding worden gebracht voor zover de verzekerde, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, redelijkerwijs daarop naar aard, inhoud en omvang is aangewezen. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van het Vb omvat de aanspraak op hulpmiddelen die middelen welke in de Regeling als zodanig zijn aangewezen.

4.1.2. Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder ff, van de Regeling omvat de aanspraak op hulpmiddelen de verschaffing in eigendom van te allen tijde adequaat functionerende hulpmiddelen, bestaande uit inrichtingselementen van woningen als aangegeven in artikel 26c van de Regeling.

4.1.3. Ingevolge artikel 26c, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1, van de Regeling is een van de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder ff, van de Regeling bedoelde middelen een aan functiebeperkingen aangepaste stoel, voorzien van een sta-opsysteem, indien de verzekerde niet zelfstandig kan opstaan uit een stoel met een optimale zithoogte.

4.1.4. Ingevolge artikel 26c, derde lid, van de Regeling, voor zover hier van belang, bestaat aanspraak op een sta-op stoel, indien sprake is van problemen bij het zitten, gaan zitten of met het opstaan en niet kan worden volstaan met een stoel die voldoet aan de normale ergonomische eisen.

4.1.5. Blijkens de toelichting bij artikel 26c, derde lid, van de Regeling, worden onder aanpassingen die voldoen aan de normale ergonomische eisen de volgende aanpassingen begrepen: neksteun, hoofdsteun, beensteun, lendesteun, verstelbare rugleuning, voetsteun, verstelbare zitting, verstelbare armleuning, aanpassingen met betrekking tot zithoogte, zitdiepte of zitbreedte. Indien de verzekerde een dergelijke aanpassing wenst, kan worden volstaan met de aanschaf van een passende stoel voor eigen rekening.

4.2. De Raad stelt voorop dat de rechtbank, door te oordelen dat Agis redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat opstaan uit een stoel die wel aan de normale ergonomische eisen voldoet redelijkerwijs mogelijk is, een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft aangelegd. Gelet op de tekst van artikel 26c, derde lid, van de Regeling, heeft Agis immers geen beoordelingsvrijheid, zodat de bestuursrechter zich ten volle een eigen oordeel dient te vormen over de vraag of sprake is van problemen met het opstaan en niet kan worden volstaan met een stoel die voldoet aan de normale ergonomische eisen.

4.3.1. Uit het ergotherapeutisch adviesrapport van 10 januari 2005, dat appellante in het kader van de behandeling van haar aanvraag heeft overgelegd, blijkt onder meer dat zij niet zelfstandig kan opstaan uit een lage stoel als zij geen armleuningen kan gebruiken, alsmede dat zij een stoel nodig heeft waarvan de zithoogte en de opstahoogte verschillen en die is voorzien van een voet/beenondersteuning.

4.3.2. In het kader van de bezwaarschriftprocedure heeft J. Hengeveld, adviserend ergotherapeut verbonden aan het Nederlands Technisch Advies College (hierna: NTAC), op verzoek van Agis advies uitgebracht, gedateerd 3 juni 2005. Het NTAC heeft geconcludeerd dat appellante is aangewezen op een ergonomische stoel, voorzien van een adequate zithoogte, armleuningen en een vaste voetenbank.

4.3.3. Ervan uitgaande dat appellante medische beperkingen heeft zoals die zijn vermeld in het ergotherapeutisch adviesrapport van 10 januari 2005, is de Raad van oordeel dat uit beide adviesrapportages volgt dat de problemen die appellante als gevolg van haar beperkingen ondervindt bij het (gaan) zitten en het opstaan, kunnen worden ondervangen met een in de reguliere meubelhandel verkrijgbare stoel met verstelbare zithoogte die voldoet aan de normale ergonomische eisen en die is voorzien van een voetenbank. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 26c van de Regeling vermelde criteria, zodat Agis de aanvraag van appellante voor een sta-op stoel terecht heeft afgewezen.

4.4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, met verbetering van gronden, voor bevestiging in aanmerking komt.

4.5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en J.N.A. Bootsma als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 december 2007.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R.L. Rijnen.

RB