Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC1828

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-12-2007
Datum publicatie
15-01-2008
Zaaknummer
07-1722 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Alle aangetekende brieven die gericht waren aan advocaten die bij de voomalige werkgever waren vertrokken zijn geweigerd. Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen beroepschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/1722 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 7 december 2006, 06/2010 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede.

Datum uitspraak: 31 december 2007

I. PROCESVERLOOP

Mr. M. el Ahmadi, advocaat te Utrecht, heeft als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 7 december 2006 tussen partijen gegeven uitspraak.

Deze uitspraak is op 7 december 2006 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 22 maart 2007 ter griffie ontvangen.

II. OVERWEGINGEN

Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

De Raad heeft de rechtbank bij brief van 30 maart 2007 om informatie verzocht omtrent de verzending van de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 5 april 2007 heeft de rechtbank medegedeeld dat de uitspraak op 7 december 2006 en 30 januari 2007 aan de gemachtigde van appellant, aangetekend en per gewone post, is verzonden en beide keren retour is gekomen, op 8 februari 2007 is de uitspraak aan appellant verzonden.

Bij schrijven van 18 juli 2007 is aan de gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

De gemachtigde van appellant heeft daarop bij brief van 15 augustus 2007 geantwoord, dat hij per juni 2006 van kantoor is veranderd, maar met zijn voormalige kantoor Adank en Klostermann had afgesproken dat de post zou worden bewaard. Het kantoor Adank en Klostermann, zo is gesteld, heeft geen post teruggestuurd naar de rechtbank. Bij brief van 23 oktober 2007 stelt de gemachtigde van appellant dat hij van het kantoor Adank en Klostermann heeft vernomen dat zij destijds alle aangetekende brieven die gericht waren aan advocaten die bij het kantoor waren vetrokken hebben geweigerd.

Hetgeen de gemachtigde van appellant ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad overweegt daartoe dat in situaties als de onderhavige het uitgangspunt geldt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt.

Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 december 2007.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) M. Pijper.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

RB0401