Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BC1460

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-12-2007
Datum publicatie
08-01-2008
Zaaknummer
05-1327 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering om de kosten van het bezwaar te vergoeden. Geen door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Nauwe familierelatie.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 7:15
Algemene wet bestuursrecht 8:75
Besluit proceskosten bestuursrecht 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2008, 136
ABkort 2008/78
USZ 2008/56
JB 2008/48
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/1327 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 januari 2005, 04/1252 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 14 december 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingezonden.

De zaak is behandeld ter zitting van 28 september 2007. Appellant is, daartoe opgeroepen, in persoon verschenen, bijgestaan door zijn broer [naam broer]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.M. Visser.

II. OVERWEGINGEN

Het bij de rechtbank ingestelde beroep is gericht tegen het besluit van 16 februari 2004 ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Hierbij heeft het Uwv, voor zover van belang, herroepen zijn besluit van 25 november 2003 tot de verlaging van de aan appellant toegekende WAO-uitkering met ingang van

1 december 2003.

In hoger beroep bestaat tussen partijen alleen nog een geschil over de weigering door het Uwv om de kosten van het bezwaar te vergoeden. Die beslissing berust op de overweging, primair dat appellant niet tijdig (in bezwaar) heeft gevraagd om vergoeding van deze kosten en subsidiair, dat de aan appellant door zijn broer verleende rechtshulp in overwegende mate zijn grondslag vindt in de tussen hen bestaande familieverhouding en daarmee geen door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vormt.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Anders dan het Uwv en de rechtbank is de Raad van oordeel dat de vermelding onder het bezwaarschrift van de tekst “kosten dezes E 176” toereikend is als verzoek tot vergoeding van de in bezwaar gevallen kosten.

De Raad volgt echter het Uwv wél in zijn standpunt dat de aan appellant door zijn broer verleende rechtshulp overwegend zijn grond vindt in de tussen hen bestaande familierelatie. Van door een derde beroepsmatig verleende rechtshulp in de zin van artikel 1, onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Stb. 1993, 763) is namelijk geen sprake als tussen degene aan wie de rechtsbijstand wordt verleend en de rechtsbijstandverlener een nauwe familierelatie bestaat.

Dat de broer van appellant, die werkzaam zou zijn op het kantoor van een belastingconsulent, in overige procedures voor klanten wel beroepsmatig, rechtsbijstand verleent, doet hieraan niet af.

Anders dan appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, biedt artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen basis voor de vergoeding van de kosten in bezwaar, nu artikel 7:15 (in verbinding met artikel 8:75) van de Awb hiervoor een uitputtende regeling bevat.

De aangevallen uitspraak komt zodoende op andere gronden voor bevestiging in aanmerking.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover daarin is geoordeeld over vergoeding van kosten in bezwaarfase.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.R. van der Vos als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 december 2007.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M.R. van der Vos.

GdJ